Philips: Buizenradio type: BF 331 A. Bouwjaar: 1953

 


 

 

Serienummer 28263. Geproduceerd in Parijs bij Philips, bestemd voor de Franse markt.
Verdere bijzonderheden: Onder op de radio zit een beschadigde sticker met daarop de naam van de winkel, alwaar de radio gekocht werd: De firma Chevailier, in Bourbourg.
Dat is een plaatsje vlak bij Duinkerken, in Frankrijk.

 
 

De behuizing is van een soort plastic en blinkt niet uit in luxe en werd gebouwd in de jaren 1953/1954. De buizen in de radio zijn: UCH42, UF41, UBC41, UL41, DM70 (afstemoog) en de UY41. De werking berust op het zogenaamde heterodyne systeem met een middenfrequentie van 455 kHz.

In totaal zijn vier banden te ontvangen. Te weten:

Lange golf   van: 1100 tot 1950 meter   (272,3 – 154 kHz)
Middengolf  van:   185 tot   572 meter   (1620 -   522 kHz)
Korte golf 1 van:     16,5 tot  51 meter    (18,2 - 5,78 MHz )
Korte golf 2 van:     47 tot     50,8 meter ( 6,37 - 5,9 Mhz.)

Met name de kortegolf 2 is gespreid te ontvangen. Dit is de 49 meter omroepband, die in die tijd in Frankrijk populair was, omdat Franse stations overal in Frankrijk gehoord konden worden.
De luidspreker is er ééntje met een vaste magneet en spoel en het uitgangsvermogen aan de luidspreker is 1,6 watt bij een vervorming van minder dan 10%.
De radio speelt op 110, 127, 220, 240 Volt. (Hij staat op 240 Volt, omdat het net tegenwoordig 230 Volt is.
Het totaal opgenomen vermogen is 33 watt.
De afmetingen zijn: 37 X 27 X 17,1 centimeter.

 
 

Op de achterzijde zijn aansluitingen voor antenne en aarde alsmede een aansluiting voor een grammofoon.
In de radio zelf is een ferrietantenne op genomen. Op de schaal van de radio helemaal onderaan is te zien dat de ferrietantenne extern gedraaid kan worden. Tevens is de voorziening op deze antenne opgenomen
alleen ontbreekt de bediening van buitenaf en heeft er ook niet op gezeten. (Misschien bij duurdere modellen?)

Wanneer je het schema bekijkt valt er m.b.t. de voeding direct iets bijzonders op:
Van een u-buizenontvanger verwacht je dat er geen voedingstrafo wordt gebruikt. Met deze u-buizen, zonder trafo, kun je met een minimum aan dure onderdelen een radio bouwen. Met dien verstande dat zulke radio´s voor een ieder die de kast open maakt en de radio onder spanning zet, een groot risico loopt om een 230 volt klap te krijgen. Het is dan afhankelijk hoe de stekker in het stopcontact zit!
In het geval van deze radio, hoef ik daar niet ongerust over te zijn, omdat het lichtnet middels een trafo van de radio is gescheiden. De gloeidraden van de buizen staan wel normaal in serie, zoals het bij deze buizen hoort ze zijn.

Nog een bijzonderheid:
Voor de automatische volumeregeling (AVR) worden de buizen van een negatieve voorspanning voorzien, doordat de “koude kant” van de trafo, via twee weerstanden, die in serie staan, met waarden van respectievelijk 35- en 82 ohm,  (R10 en R 11) op massa is aangesloten.
Deze spanning is –6,4 volt. Natuurlijk worden de RF buizen verder op de normale wijze middels deze AVR geregeld. Voordeel van deze methode is dat nu alle kathodes (behalve die van de UY41 en DM70), rechtstreeks aan massa kunnen liggen. Dus geen ruststroominstelling en ontkoppeling van de kathodes met behulp van weerstanden en condensatoren.
Hieronder het hele schema:

 


 

Vanuit de voeding met de UY41, hebben we te maken met 4 aansluitingen:

Beginnende met de laagste spanning:

1.     –6,4 volt voor de instellingen van de buizen.
2.       0    volt voor de massa aansluitingen
3.   122    volt voor de anode en schermrooster spanningen van alle buizen behalve voor de anodespanning van de audio    
                    eindbuis de UL 41.
4.  140    volt voor de anode van de UL41.


Ik kocht deze radio, in het voorjaar van 2014, bij een antiekzaakje in het centrum van Middelburg. Ik wil altijd eerst even kijken of alles, met name de buizen, er nog wel inzitten. Even de achterplaat iets open gebogen en zo te zien, zat alles er nog in. Alhoewel de radio er van binnen en van buiten niet zo fraai uit zag. Op de achterkant kon ik lezen dat het hier om een Philips radio ging, zonder FM, dus naar mijn schatting een apparaat van kort na de tweede wereldoorlog begin vijftiger jaren.

Thuis gekomen, de achterplaat weg geschroefd en zo te zien heeft de radio ergens gestaan waar het langdurig vochtig is geweest. Na een korte inspectie, waarbij ik de ingestelde spanning ook even controleerde, de stoute schoenen aangetrokken en de stekker in het stopcontact gedaan. Daarna de radio ingeschakeld. De gloeidraden van alle buizen lichtten op, behalve die van het z.g. magische (afstemoog). Maar helaas geen geluid te horen. Helemaal niets.

Nu ben ik zelf niet opgeleid voor radiomonteur en alles wat ik ervan weet heb ik mij in mijn leven zelf aangeleerd. Juist met buizenontvangers is het vaak logisch nadenken. Als het ware rechercheren, om fouten te ontdekken.

Mijn digitale multimeter gepakt (een dingetje van 20 Euro) en gemeten of er hoogspanning te meten is. Daartoe eerst de radio uitgeschakeld. De multimeter, op stand 600 volt DC, aangesloten op de afvlakcondensatoren, het punt waarvan je, ook al heb je geen schema, mag verwachten dat daar ook echt wat te meten is.

De radio ingeschakeld en na korte tijd totdat de buizen door de gloeidraden waren opgewarmd, zie ik de spanning oplopen tot maximaal een volt of 40 en dan helemaal terugzakken tot ongeveer 8 volt.

Sluiting! Zijn de afvlakelco´s defect? Dat zal wel, dat is meestal zo. Met de multimeter in stand megaohm gemeten en inderdaad, na de oplaadtijd, wordt de inwendige weestand van de elco´s steeds lager. Er gaat dus steeds meer stroom lopen, terwijl deze eigenlijk af zou moeten nemen, nadat de elco´s geladen zijn.
 

  
Daar liggen de oude elco´s dan. Gereed voor het chemisch afval. Op de rechter foto de ingebouwde nieuwe exemplaren.

Ik heb beide Elco´s vervangen. Eénje van 50 uF 240 volt voor één van 50 uF 450 Volt en de 30 uF 240 volt  voor een 27 uF 350 Volt. Deze laatste heeft wel een kleinere capaciteit en kan misschien brom veroorzaken, maar een 30 uF had ik niet voorhanden.

Zo klaar is Kees. Opnieuw de zelfde methode van meten gedaan. Nu zie ik de hoogspanning oplopen tot ongeveer 120 volt en dan langzaam maar zeker weer terug gaan naar een volt of 9. Nog meer kortsluiting?
Even het pootje van rooster van de eindbuis aangeraakt en ik hoorde in de luidspreken een héél zacht brommetje. Goed teken! De eindbuis werkt, heeft alleen veel te weinig anodespanning.
Zit er nog ergens een sluiting? Alle draden losgehaald, zodat de UY41 geen werk hoeft te doen. Prachtige hoogspanning! Ongeveer 160 volt! Daarna de spanning van alle buizen er weer op, behalve de spanning voor de anode van de eindbuis. Ik hield nu een volt of veertig over.
 

 

Zo te meten zat er, of nóg een kortsluiting in de schakeling door mogelijk een defecte condensator, of misschien een kapotte buis?
Ik kreeg mijn bedenkingen dat de buis in het voedingsgedeelte dat de hoogspanning gelijkricht, te weten de UY41 wel eens versleten kon zijn. Wanneer er maar een beetje stroom van die buis getrokken werd klapte de spanning in elkaar!
Het ding er eens uitgetrokken en eens bekeken. De buis zag er niet zo fraai uit en dan bedoel ik de binnenkant natuurlijk. Bijna egaal zwart. Volgens mij heeft de buis het door die kortsluitingen flink te verduren gehad.

Ik zou nu kunnen beginnen om de zaak om te bouwen met diodes, maar dat wilde ik in eerste instantie niet. Op Ebay gekeken naar zo´n buisje en ja hoor, er werden drie buisjes (nieuw (liever kun je ongebruikt zeggen)) aangeboden voor 16 Euro. Ik dacht: “Ik heb er maar één nodig, dan stel ik de twee overige wel weer in om te verkopen. Achteraf bleek dat ik één buisje had gekocht voor 16 Euro. Dat is meer dan 30% van de aankoopprijs van de radio! Ik had het weer eens niet goed gelezen.
Achteraf bleek mij dat de z.g. U-buizen van een goede kwaliteit of niet te koop zijn of ontzettend duur zijn.

 


De buis is nog een echte Philips. mogelijk het eerste exemplaar in dit toestel.


 

Op het fotootje hierboven de te vervangen gelijkrichtbuis van het type UY41. (Als u die nog hebt liggen, wees er zuinig op!)
Maanden later het nieuwe buisje geplaatst en na het opwarmen, ja hoor, de radio geeft geluid. Alle banden functioneren en ook de pick-up ingang. Alleen de radio bromt toch wel hinderlijk en het lijkt me dat hij dat niet af fabriek gedaan heeft.

De gevoeligheid is aller aardigst te noemen. Zelfs overdag op de middengolf nog stations uit Frankrijk en het station Ismaning, bij München is te horen. En dat alles op mijn draad van 20 meter, vanuit mijn locatie in St. Johann in Tirol.
Met de oscilloscoop geprobeerd de oorzaak van het brommen vast te stellen. Bovenop de voedingsspanning staat nog een zaagtand van ongeveer 4 volt top top. Na uren het schema bestudeerd te hebben, kwam ik tot de conclusie dat ik geen fouten meer kon vinden.
De spanning voor de schermroosters (spanning 3) is zoals in het schema staat 122 volt.
De anodespanning voor de eindbuis is ook bijna zoals het in het schema staat aangegeven 130 volt. Dit moet 140 volt zijn. Maar de radio werkt op de schakeling voor 240 volt. Dus alle spanningen zullen nu wat lager uit vallen.

 


 

 Omdat de voeding een éénfasige gelijkrichter is, zou je van de trafo verwachten dat de ene helft van de secundaire wikkeling aan de massa ligt en de andere zijde voor de hoogspanning zorgt. Zoals gezegd, voordat de trafo aan massa ligt, gaat dit door een weerstand met een totale waarde van ongeveer 120 Ohm. Zou daar geen rest brom over staan. Een elco van 33 uF met de plus op de massa gelegd, omdat het hier om een negatieve spanning gaat en de andere zijde op de –6,4 volt. En jawel, de brom is nu een heel stuk minder. Hij is er nog wel maar niet zo hinderlijk meer. In plaats van een weerstand van 1 kilo-ohm tussen de afvlakelco´s (R5) zou een echte smoorspoel beter zijn. Maar omdat het laagfrequentgedeelte geen hifi is, verwachtte de fabrikant dat deze brom niet hinderlijk zou zijn. We zijn natuurlijk de laatste jaren wel erg verwend.
Daarna de andere spanningen gemeten. Het blijkt me dat de spanning op het stuurrooster van de eindbuis, in het begin 5,9 volt is. Dat zal wel 6,4 volt zijn, maar de inwendige weerstand van mijn goedkope digitale meter zal wel zo laag zijn dat dit de meetresultaten beïnvloedt. De meter staat a.h.w. parallel over een 680 kOhm weerstand. In ieder geval loopt de roosterspanning op tot minder dan -1,8 volt. Dat is niet goed, omdat de ruststroom instelling van de eindbuis (UL41) dan niet meer klopt. De verdachte is een koppelcondensator van de anode van de UBC41 naar het stuurrooster van de eindbuis. ( C30) Dat kan volgens mij niet anders! Eén zijde los gesoldeerd en getest in de stand 20 Mohm op mijn multimeter. Geen lekkage te meten. De condensator heeft een schijnbaar oneindig hoge weerstand. Toch nog even het schema bestuderen. Maar blijf daarna bij mijn eerdere conclusie dat het niet anders of het moet van die condenstor komen, omdat er voor de weerstand van 680 Kohm (R18) gewoon –6,4 volt staat. Opmerking. Ik heb geen hogere resolitie om met foto´s verder in detail te treden.


 

 

 

Aan het stuurrooster van de eindbuis hangt nog een 1 k weerstand (R21) en deze meet aan beide zijden de gelijke waarde, voor mij –5,8 volt kort na het inschakelen en dan oplopende.
Ik besluit deze condensator toch maar te vervangen voor een condensator van 10nF, 630 volt. En jawel hoor, na enige uren spelen, blijft de stuurroosterspanning op de UL41 nu keurig –5,8 volt.
Dit zal dus wel –6,4 volt zijn als ik als meetinstument ééntje met een hoge ingangsimpedantie zou nemen.
In het schema is aangegeven dat de spanning op de anode van de UBC41 54 volt moet zijn. Deze was nu veel te hoog en zat boven de 80 volt.
 
Aan het stuurrooster van de eindbuis hangt nog een 1 k weerstand (R21) en deze meet aan beide zijden de gelijke waarde, voor mij –5,8 volt kort na het inschakelen en dan oplopende.
Ik besluit deze condensator toch maar te vervangen voor een condensator van 10nF, 630 volt. En jawel hoor, na enige uren spelen, blijft de stuurroosterspanning op de UL41 nu keurig –5,8 volt.
 De defecte koppelcondensator C30
Dit zal dus wel –6,4 volt zijn als ik als meetinstument ééntje met een hoge ingangsimpedantie zou nemen.
In het schema is aangegeven dat de spanning op de anode van de UBC41 54 volt moet zijn. Deze was nu veel te hoog en zat boven de 80 volt.
De buis kan dat wel hebben, maar ik wil de spanningen zo nauwkeurig aan de fabrieksinstellingen aan passen. Daartoe heb ik de anodeweerstand die 300 Kohm was (R 17) (In het schema stond 220 Kohm) verhoogd tot 400 Kohm. De anodespanning is nu ongeveer 60 volt. Verder merk ik in de audio geen veranderingen. Alleen is de brom ook weer wat minder geworden.

Het enige wat nog niet werkt is de afstemindicatie met het buisje van het type: DM70. Dit buisje werd eigenlijk gebruikt voor buizenradio´s die met batterijen werden gevoed. Dus een draagbare radio met buizen. Je moest dan twee batterijen in het apparaat hebben. Eén als een echte stroomleverancier voor de gloeispanning en ééntje voor de hoogspanning, meestal omstreeks de 90 volt. Ooit heb ik in een oude Radiobulletin uit 1950 een artikel gelezen over een zelfbouwproject voor een draagbare radio met deze buisjes. De titel luidde: „Een tasch vol radio“. Die tas was een actentas, die geheel gevuld was met radio.
Tien jaar later waren er al japanse radiootjes te koop in de grootte van twee pakjes sigaretten. Ik heb een hele stapel van deze Radio buletins gehad. Ik heb ze voor mijn verhuizeng gedumpt. Als ik nu op internet kijk is dit een z.g. Collectors item geworden. Waarschijnlijk het gevolg omdat velen hetzelfde als ik gedaan hebben, deze zonder nadenken, weg te gooien.

Dit buisje ga ik niet vervangen, omdat alleen dat buisje alweer de helft van de aanschafprijs van de hele radio bedraagt. Ik ga iets proberen met een ledindicatie die ong. dezelfde kleur geeft. Een fanatieke restaurateur zou zeggen: „Wat is dat nou? Wat maken die kosten uit? Het moet wel weer identiek worden!“ Mijn antwoord is: „Het gaat mij er om dat het ding weer speelt“.

Voorbeeld van een niet correcte renovatie van mijn kant is de zenderaanwijsschaal van deze radio. Jammer genoeg heb ik geen foto gemaakt van de orginele schaal en dat bracht mij bijna op het punt dat ik verplicht was om mijn fantasie te gebruiken om een eigen schaal te maken.
De schaal was door iemand bijgewerkt met een zilver viltstift, alleen was dit niet zo erg gelukt. De zendernamen waren in het geheel niet meer te lezen. Mooier was geweest het zo te laten. Het schaaltje van de radio gehaald om deze schoon te maken. Ik dacht nog. Zal ik het ding voor de zekerheid inscannen? Ach, alleen met een beetje warm water! Ik zag wel dat al wel veel letters los zaten en omgekruld waren. Ik hield de schaal onder de kraan en zie daar! Tot mijn verbazing vlogen de letters er als het ware vanzelf af. Er zat nog hooguit 30% van de letters op en cijfers op hun plaats. Oké dan maar helemaal schoon maken. Ik heb nu een mooi stukje glas uit het jaar 1953.

 


Nu had ik geen voorbeeld meer hoe de werkelijke schaal er uit moest zien. Op internet wel foto´s van deze radio, maar de schaal is niet te lezen. Er een nachtje over geslapen en maar weer eens op internet gekeken. Ik kon mijn ogen niet geloven. Ik vond een duidelijke afbeelding van deze schaal. Bij op maak ook nog!  De afbeelding met adobe precies op maat gemaakt.

 
 

Alles blijft duidelijk leesbaar. Maar ik heb de schaal dan niet op het glas. Ik heb een adruk op fotopapier gemaakt en deze op de bruine stof achter het schaalglas geplakt. De aanwijsnaald loopt nu, in plaats van achter de schaal, aan de voorzijde en dat alles keurig achter het schone glas.
Op de twee foto´s ligt de radio met zijn buik omhoog op mijn werkbankje.
Het toestel moet nog een keer opnieuw afgeregeld worden, omdat ik merk dat de bandeinden minder gevoelig zijn dan in het midden.
Ik denk dat iemand de radio heeft afgeregeld op het midden van de band.

 

 
 

Het gedeelte van de radio waar de nodige onderdelen in vervangen zijn. Twee afvlakcondensatoren. De extra 33 uF elco van 22 uF 350 volt. (Ik had in het schema 33 uF opgeschreven, maar zal voor de werking weinig verschil maken...denk ik..)
Dan de twee weerstanden R11 en R10. Daar zaten verbrande plekken op en omdat ik dacht dat dit alleen instellingsweerstanden voor de DM70 zouden zijn, had ik ze er uigeknipt. Toen kwam ik er achter dat die twee weerstanden samen ook zorgen voor de ruststroominstelling van de andere buizen. Er zitten nu 2 weerstanden van 58 Ohm in serie in.
De radio heb ik gereinigd met een busje spray gekocht bij een 1 Eurowinkel en is genaamd: WD-40.
Verbazingwekkend goed spul. De buisvoetjes en contacten gereinigd en je ziet het vuil oplossen. Even wat spray op het chassis en met een doekje laat alles zich reinigen. De buitenkant van de kast, zag er dof en gevlekt uit een beetje spray en dan goed uitpoetsen. Alles zier er weer "als nieuw" uit. (Tussen de haakjes moet je niet zo serieus nemen) De schakelaars kraken, na deze behandeling niet meer.
Op dit busje staat: Stopt piepen en kraken, verdrijft vocht, reinigt en beschermt, maakt los wat vast zit, maakt stroef lopende delen weer gangbaar.
Al met al moet ik zeggen dat het een leuk radiootje is, die in die tijd 26.500,00 Franse Franc heeft gekost. Dat komt, uitgerekend in die tijd, toch nog overeen met een bedrag van € 530,00.
Dat lijkt me toch wel heel erg veel geld.

 

 



 
 

 

 

 


 

 

 


 

 

.