Ik heb even een oud, door mij geschreschreven, verhaal opnieuw geplaatst.
Het gaat om kerstavond, waar altijd een gezellige sfeer om hangt. Misschien wel iets teveel omdat de praktijk vaak anders uitpakt, dan de dromen die je over deze avond hebt. Toch mogen we dankbaar zijn dat we in vrede en vrijheid deze avond mogen vieren. Dus iedereen morgen een heel gezellige avond toegewenst.

Hieronder mijn kerstverhaal:

 
In een klein houten huisje, een paar kilometer buiten Sanmartin in Roemenie, kijkt een oude man over de besneeuwde velden. De toegangsweg naar zijn huisje in niet geruimd en zelf is hij niet meer in staat om deze werkzaamheden te doen.
Hij denkt terug aan vroeger. Toen het dorp nog vol leven was. Bij het oogsten op het veld werd er door buren geholpen. Sneeuw ruimen zoals nu werd gedaan door de jonge mannen van het dorp. Nadat de klus geklaard was, zaten ze meestal even bij elkaar in één van de warme huisjes. Brood, spek en wijn kwamen dan op tafel. Al snel werd de accordeon gepakt en werden de plaatselijke liederen gezongen over lang vervlogen tijden en verloren liefdes.
Nu is de oude man alleen. De meeste huisjes staan leeg en raken in verval. Velen zijn naar de stad vertrokken of werken in het buitenland.
Weemoedig luistert de oude man naar zijn radiootje, kijkt door de kamer. Leeg, geen vrouw meer, geen kinderen. Ja zijn hond heeft hij nog. Die kijkt hem soms aan met vragende ogen: “Baasje, ondernemen wij nog wat?”
De datum van vandaag maakt hem nog eenzamer. Alle families komen vanavond bij elkaar, eten, drinken en vertellen verhalen over vroeger en er wordt gezongen. Kerst is dan aangebroken. Dat wat vroeger de warme dagen in de beginnende winter waren, zijn voor hem nu extra koud.
De oude man staat op, pakt nog een blok hout en werpt deze in kachel, daarbij kijkende naar de houtvoorraad. Zou het genoeg zijn voor de winter?
Op het moment dat hij zijn mes wil pakken om een plak brood af te snijden en dit samen met een stuk koud geitenvlees, met als groente een gepelde ui, wil eten, wordt er aan de deur geklopt.
Hij opent de deur en daar staat de jonge buurvrouw van 5 huisjes verderop in zijn straat.
Ze kijkt hem aan en vraagt dan. Hebt u zin om vanavond bij ons te zijn? Mijn man is terug uit Duitsland en daarom willen wij deze avond extra vieren.
De oude man raakt ontroerd en zegt met bevende stem: “Graag, daar had ik niet meer op gerekend.!” Bij deze woorden wellen een paar tranen in zijn ogen. Dan vraagt hij: “Mag de hond ook mee?” De buurvrouw: “Natuurlijk mag hij mee! Het is kerst voor iedereen!”
Kort daarop zit de oude man aan tafel bij de jonge familie. Vader, moeder, twee jonge dochters en een zoontje.
De oude man zegt niet veel, maar geniet van de verhalen van de huisvader en ook van de blikken van diens vrouw en kinderen, die elk woord van de hem als het ware consumeren.
Dan dwaalt zijn blik door de huiskamer. Bij het zien van het kruis dat aan de muur in de woonkamer hangt, met daarop een beeld van Jezus, worden de stemmen in de woonkamer even niet meer waargenomen. Onder de tafel vouwt hij zijn oude handen ineen en mompelt voor de anderen onverstaanbaar: ”Dank u God, dat u mij toch in mijn huisje gevonden hebt…..”

 

 
 Om u beter in mijn verhaal in te kunnen laten leven, hier het huisje waar mijn oma Jantje ter Heide, nadat haar moeder was overleden (Ze was toen ong. anderhalf jaar), werd grootgebracht. Dit was vanaf het jaar 1894.

Dit verhaal lijkt triest, maar als u er doorheen kijkt, ziet u dat het om berusten en tevredenheid gaat. Past mijns inziens goed om de kerst mee te beginnen, voordat de kalkoen of iets anders wordt aangesneden.


De oude vrouw…..
In het huisje, waar zij al meer dan zestig jaar woont, zit de oude vrouw in haar stoel en kijkt, via de kleine raampjes, naar buiten over het vlakke land. Aan de horizon is de kerktoren van het dorpje te zien. Het dorpje waar zij vroeger altijd boodschappen deed. Dit deed zij op de fiets, maar die staat nu al jaren ongebruikt in de schuur. Net zo lang als dat zij haar twee kinderen niet heeft gezien. De kleinkinderen en achterkleinkinderen kennen waarschijnlijk het bestaan van deze oma niet. Niet omdat er een ruzie is, maar ze zijn naar elders vertrokken. Ver weg en hebben geen tijd om haar met een bezoek te vereren. Telefoon heeft ze niet, dus op die manier kan zij ook geen contact met haar kinderen hebben. Eigenlijk gewoon uit elkaar geleefd, zonder slechte bijbedoelingen.
Haar ogen dwalen door de kamer. Op dit moment is het behaaglijk warm, want zij heeft net een blok hout in de kachel gedaan. In de rest van het huisje komt zij niet graag. Het is daar onaangenaam koud en de keuken, alsmede de slaapkamer, herinneren haar aan lang vervlogen tijden toen er nog leven in het huisje was.
Naast haar stoel, op een tafeltje staat een oude radio. Eentje van voor de oorlog, dat waren de besten om radio Veronica mee te ontvangen, had haar man gezegd. Wel geen fm ontvangst, maar wat had je nou aan Hilversum?  Zo ver van de kust verwijderd, moest er ook een goede antenne aan zitten. Haar man had vanaf het dak, naar een paal in de achtertuin, een draad opgehangen. Maar die is, jaren na zijn overlijden, afgebroken en nooit meer vernieuwd.
Nog maar een klein stukje draad is op de radio aangesloten.
Haar man moest niets van televisie hebben. Zijn lust en leven was de natuur en als boswachter was hij vaker in de bossen te vinden dan bij haar in huis.
In nostalgische gedachten verzonken schakelt zij de oude radio in. De lampjes achter de afstemschaal beginnen te branden en het is even wachten voordat er geluid uit de luidsprekers komt. Veel gekraak en bijna geen zenders te horen. Alleen een paar zwakke Duitstalige zenders, aan welke taal zij ook al geen goede herinneringen heeft overgehouden, nadat haar vader in de oorlog door de Duitsers werd opgepakt en zij nooit meer iets van hem heeft vernomen.
Zij stemt de radio af op de golflengte waar vroeger Radio Veronica heeft gezeten. Daar is nu alleen geruis en gekraak te horen.
Haar ogen dwalen weer naar buiten en kijken door de raampjes, die in de hoeken versierd zijn met ijsbloemen. Het is buiten koud en het ziet er naar uit dat het, zo vlak voor de kerst, in de nacht ontzettend koud zal worden.
Ze denkt er over na of zij het laatste blok hout nu in de kachel zal doen of vanavond als het echt koud begint te worden. Om de één of andere reden besluit ze het blok er nu maar in te doen. In de kachel begint het bijna gedoofde vuur weer te branden en de oude vrouw voelt de behaaglijke warmte als de zomerzon op haar toekomen. Zij leunt langzaam haar hoofd achterover tegen een kussentje.
Plotseling stopt het geruis in de radio en kort daarop klinkt er muziek uit de radio, het liedje “Twee reebruine ogen, die keken de jager aan”, gevolgd door een stem die in het dialect zegt: “Dit plaatje geet in´t rond veur alle zeeke, oale en eensame mens´n. Lúster moar met!”
Voor de oude vrouw was dit een liedje dat ze vroeger vaak op de radio had gehoord, toen haar man er nog was. Haar man zong dit liedje dan mee en keek daarbij naar zijn vrouw, op een wijze van: “Ik bedoel jou, met je reebruine ogen!” Het gaf haar altijd een gelukkig gevoel, omdat haar man iemand was die maar weinig woorden gebruikte om iets te vertellen. In zo´n liedje kon hij zich dan uiten.
Weemoedig sluit ze haar oude reebruine ogen. Niets kan haar haar op dit moment nog storen. De kachel voelt warm en de muziek overheerst alles wat voor haar op dit moment belangrijk is. Daarna begint voor haar de reis. De reis op weg naar haar jager, die haar lang geleden was voorgegaan, met op haar gezicht een tevreden glimlach, als een laatste groet aan haar kinderen en kleinkinderen.……
Ook de kachel wordt niet meer gevoed en dooft. Na vele jaren trouw gediend te hebben, betekent dit ook het einde van zijn bestaan.
Maar de radio staat geheel gerestaureerd, trots op een plank bij een verwoed verzamelaar,
naast vele andere radio´s uit lang vervlogen tijden.
De “twee reebruine ogen” zal wel nooit meer uit zijn luidspreker klinken, maar u en ik weten dat dit liedje via de antenne binnengekomen, in de radio verwerkt tot hoorbare klanken, vele mensen gelukkig heeft gemaakt.