St. Johann in Tirol Tmin Tmax wind
Woensdag
07.12.2016.
-7 °C
19°F
6 °C
43 °F
 
Aktuele streetview, Berglandweg te St. Johann in Tirol 10.00 uur. (Tweede Adventsweek)

Het is 11.00 uur, onbewolkt, windstil weer, bij een temperatuur van 1,1 gr. C.
De dagen vliegen voorbij. De drukte in het dorp houdt zich beperkt tot de Adventmarkt. De Krampusumzug.was dit jaar anders dan anders. De Groep uit Kufstein had een mooi optreden, maar toen kwam de groep uit St. Johann zelf. Ze begonnen meteen aan de afzettingshekken te trekken en sprongen soms als het ware over deze dranghekken. Er zijn altijd veel kleine kinderen. Dus dat gaat gepaard met risico´s. Er gebeuren elk jaar wel ongelukken, daarom heeft men optredens zoals de groep uit St. Johann dat deed, een beetje afgezworen. Maar goed, ik kon mooie opnames maken. Er werdf wel gewaarschuwd, de kleine kinderen bij de dranghekken weg te houden.

 

Als u op de foto klikt, kunt u het hele album bekijken.

Naar aanleiding van verschillende tv programma´s, welke dat zijn, laat ik in het midden, kwamen bij bij een paar woorden naar boven. Dit zijn: Vooroordelen, achterdocht en kwaadsprekerij.
Het verhaal is vrij gevonden en heeft geen enkele historische waarde, alleen zal het verhaal op zichzelf wel herkend worden.


Een oude Senner besluit, nadat zijn koeien al enige weken daarvoor, van de alm, het dal ingedreven zijn, op te breken om ook naar het dal af te dalen. Alhoewel dat een normale zaak zou zijn, is hij is niet met het veedrijven meegegaan, omdat hij nog enige tijd in alle rust van de bergen en natuur wil genieten, zonder de dagelijkse beslommeringen van koeien melken en met de zeis, gras te maaien. Hij heeft de berghut piekfijn achter gelaten. Alles is schoon en opgeruimd en klaar voor het voorjaar van het volgende jaar. Hij denkt na, over hoe vele jaren hij dit nu al doet. Dat hij dit doet, is niet zijn hele leven geweest. Hij heeft in het dal als timmerman gewerkt en toen het hem allemaal te zwaar werd en het levenstempo te snel ging, nam hij het aanbod, om Senner op de alm te worden, met twee handen aan. Financieel ging hij er wel enorm op achteruit, maar waar had hij geld voor nodig? Hij was en is nog steeds alleen. Een vaste relatie met een vrouw is er nooit van gekomen. Waarschijnlijk dat de oorzaak gezocht moet worden in het feit dat hij elke vrije minuut, in de bergen te vinden was. Nooit was hij thuis, nam naar weinig deel aan de zomerse festiviteiten. Waarschijnlijk zullen er mensen in het dorp over hem gesproken hebben als “een zonderlinge man”. Toch is Sepp, zoals hij genoemd wordt, een man die veel over zaken, met name de veranderingen in de natuur en de wereld nadenkt. Ook hij ziet dat er steeds later sneeuw komt en daar waar vroeger, in de zomer, meestal nog wel, op schaduwrijke plekken van de bergtoppen, sneeuw bleef liggen, dit allang verleden tijd is geworden. Vanaf de Hoferalm, waar zijn almhut, op een hoogte van 1850 meter is gelegen, heeft Sepp, richting het zuiden, een prachtig uitzicht op de besneeuwde Hohe Tauern. Dit is een nationaal park en de wereld is daar nog in orde omdat de natuur daar echt beschermd wordt, vooral de laatste jaren. 

Sepp, die in het Stubachtal, een stuk richting Uttendorf woont, kent de weg naar beneden. Al zou er een lift zijn, dan zou hij toch te voet gaan. Hij wil van elke stap, die hij nog kan lopen, genieten. Wie weet is het volgend jaar wel afgelopen. Met zijn twee en zeventig jaren, is hij de jongste niet meer. Maar hij wil het zo lang mogelijk volhouden. In de bergen voelt hij zich vrij. Vergeet soms dat er in de lager gelegen gedeelten een andere wereld is, waar via de tv de dagelijkse ellende de wereld wordt ingeslingerd. Sepp heeft de hele zomer, geen tv. In de almhut krijgt hij alleen via een radiootje nieuwsberichten mee. Hij heeft daar geen stroom. De radio werkt op batterijen. Verder heeft hij een oude mondharmonica en zo af en toe speelt hij eens een deuntje. Maar zijn mooiste muziek is toch de stilte om hem heen, die alleen verstoord mag worden door het bellen van de koeieklokken op enige afstand. Verder heeft hij eigenlijk nergens tijd voor. Dagelijks koeien melken, kaas maken, spek roken en zijn eigen brood bakken in de met hout gestookte oven. Eén keer in de week worden bij hem levensmiddelen afgeleverd en een kistje bier. De melk en de kazen die klaar zijn, worden dan voor hem mee naar het dal genomen. Even een praatje met de twee mannen die deze klus op de almen doen en dan vertrekken ze weer.

Het is ochtend, wanneer Sepp de hut afsluit. Even krabt hij met zijn rechterhand door zijn inmiddels grijs geworden baard en laat zijn blik over de hut gaan, om te controleren of hij echt niets vergeten is. Dan draait hij zich om en aanvaardt met zijn rugzak en wandelstok, de thuisreis. Ondanks dat het nu bijna alleen bergafwaarts gaat is het toch een dikke drie en een half uur lopen. Het is bewolkt. Zorgelijk kijkt Sepp omhoog en denkt: “Het kon wel eens gaan sneeuwen”. Bij neerslag is het, met name op het hoogste gedeelte van de tocht, gevaarlijk. Veel rotsen en als die nat worden, zijn ze levensgevaarlijk. Maar hij kent bijna elke steen en weet uit ervaring dat je respect voor de bergen moet hebben. Veel toeristen, die in de bergen gaan wandelen, komen in moeilijkheden omdat zij zichzelf overschatten en het verraderlijke weerbeeld in de bergen, dat per uur kan veranderen, juist in de herfst, niet kennen.

Als Sepp een uurtje gelopen heeft, besluit hij even te rusten en neemt plaats op een grote steen. Hij zet z´n rugzak naast zich op de steen en haalt er een stukje brood en spek uit. Hij geniet van elk hapje dat hij neemt. Met zijn gedachten is hij eigenlijk nog steeds bij zijn Alm. Die nu geheel verlaten boven hem ligt. Hij kan de hut over de glooiende weiden, aan de andere zijde van kloof, nog net zien. “Pfiati” mompelt hij, dat in het Tirools zoiets als “tot ziens” betekent. Een Tiroler is niet iemand van veel woorden en eigenlijk wilde hij zeggen: “Pfiat Gott” Groet God. Als je in de bergen woont ga je van zelf in God geloven. Niet op de zware en moeilijke manier zoals dat in het dal wordt gedaan, maar met weinig woorden, naar de bergen kijken en aan God´s schepping bewondering uitspreken. Nee, als Sepp in het dal is, komt hij niet in de kerk. Daar voelt hij zich niet thuis. Hij is liever dicht bij God, hoog in de bergen. Dicht bij de hemel.

Als hij daar zo zit, hoort hij van de dalkant stemmen, die steeds luider worden. Niet alleen stemmen van volwassen vrouwen en mannen, maar ook van kinderen. Niet van vrolijke mensen, maar geluiden van klagen en zuchten en kinderen die kennelijk met de gang van zaken niet tevreden zijn. Enige tijd later ziet hij een groep op zijn pad in zijn richting komen. “Wat doen die in Godsnaam hier!” mompelt Sepp en vervolgt in een gesprek met zich zelf: “Dat is toch levensgevaarlijk, in dit jaargetijde!” Als de personen bij hem aangekomen zijn, hoort Sepp dat die mensen een Arabische taal spreken, die hij niet kan verstaan. Het betreffen hier 2 volwassen mannen, drie volwassen vrouwen en twee kinderen. Ze zien er moe uit. Vooral de kinderen, met hun slechte schoeisel vallen hem op. Eén van de mannen vraagt: “Do you speek English?” Ondanks dat Sepp geen buitenlandse talen nodig heeft. Heeft hij in het verre verleden toch engels geleerd, omdat hij op het punt heeft gestaan om naar Canada te emigreren. Daar hadden ze toen gebrek aan timmerlui. Je kon alleen aangenomen worden als je de engelse taal machtig was. Deze emigratie is niet doorgegaan, omdat Sepp op het laatste ogenblik had besloten in zijn land Tirol te blijven. Sepp kijkt de Engels sprekende man aan en zegt “A little bit”.  “Where we go to Germany!” Sepp weet niet wat hij hoort. Hier lopen mensen die naar Duitsland willen. Hoog in de bergen. Willen zij te voet naar Duitsland? Dat is minstens twee honderd kilometer, maar op deze manier zouden maanden onderweg zijn. En dan is het inmiddels winter…“Waarom gaan jullie hier langs? Dat is levensgevaarlijk en met vrouwen en kinderen!” Sepp wijst op hun schoenen en zegt dat ze niet ver zullen komen. Er is sneeuw in aantocht en het wordt kouder!” De woordvoerder antwoord: “Wij kunnen niet door het dal, dan worden we opgepakt. We zijn vluchtelingen”. “Vluchtelingen? Waar zijn jullie dan voor op de vlucht?” vraagt Sepp, terwijl hij met zijn rechter hand door zijn baard strijkt. “We komen uit Syrie. Daar is het oorlog”, zegt de woordvoerder. Bezorgd zegt Sepp: “Maar jullie kunnen dit pad niet aflopen naar de andere zijde van de berg. Het begint te sneeuwen en het is dan spiegelglad en het is minstens 5 uur lopen. Met die kinderen en jullie schoeisel, dat halen jullie nooit!” De woordvoerder zegt: “Maar we moeten toch! We zijn op de vlucht!” Sepp denkt even na doet dan een voorstel: “Weet je wat? We lopen een uurtje terug en gaan naar mijn almhut. Daar is nog wel wat te eten, conserven en meel en blijf daar dan maar tot morgen. Dan zal het weer wel beter zijn”. Het stel gaat accoord en lopen met Sepp mee. Na een uurtje komen ze bij de almhut aan. Sepp opent de deur en allen gaan naar binnen. De woordvoerder: “Woont u hier normaal?” “Ja, vanaf het voorjaar, als de sneeuw is verdwenen tot in de herfst. Ik vertrek altijd als het begint te sneeuwen. “Maar u woont hier primitief! U hebt zelfs geen stroom of warm water!” “Jawel” zegt Sepp, terwijl hij de houtkachel aansteekt, “Als de kachel opgestookt is kan ik water warm maken!” De woordvoerder kijkt om zich heen en zegt dan: “Maar hoe kunt u hier zo leven, dat is bijna net zo als bij ons, in ons dorp, nadat het werd platgeschoten. Wij hadden ook geen stroom meer. Geen telefoon, bijna niets te eten, geen sigaretten, niets”. Sepp, lacht en zegt: “Dat woordje “geen sigaretten” kun je wel weglaten, daar heb ik geen medelijden mee. Nadat de vrouwen meel hadden gevonden, beginnen ze deze met water aan te maken en maken een soort deeg. Sepp kijkt wat de vrouwen aan het doen zijn en zegt dat er eigenlijk melk in moet. Maar de vrouwen laten zien dat het zo ook kan. Sepp bemoeit zich er verder niet meer mee. Inmiddels wordt het behagelijk warm in de hut.

Dan begint Sepp weer het gesprek met de woordvoerder: “Maar waarom zijn jullie vluchtelingen?” “Omdat we voor het geweld op de vlucht zijn!” Sepp: “Nou stop hier dan maar, want er is hier geen geweld. Waar zijn jullie dan langs gegaan tot aan hier?” De woordvoerder legt uit dat ze de Syrische grens overgegaan zijn naar Turkije en daar een tijdje in een kamp hebben gezeten, dat overvol was. Toen ze hoorden over Duitsland, dat je daar goed heen kon gaan. Daarom  zijn ze naar de westkust van Turkije gereisd. Na het betalen van omgerekend 2000 Euro, zijn ze met een grote groep anderen in een rubberboot gestapt en overgestoken. Er was geen begeleiding. Ze kregen de aanwijzing om op het land, dat aan de horizon te zien was, af te sturen. Dat zou Griekenland zijn. De Europese Unie. Bij de overtocht was het rustig weer en alles verliep goed. Op het eiland Chios, kwamen ze aan land. Ze waren daar niet de enigen. Er heerste door de sterke toestroom van vluchtelingen chaos en er was voor hen geen plaats meer in de tenten. Er werd door de vluchtelingen veel geklaagd en gemopperd, ondanks de inspanningen van de vele vrijwilligers. Na enige maanden daar geweest te zijn, besloten ze maar zelfstandig, naar Duitsland, te gaan. Gekomen bij de Macedonische grens, werden ze tegen gehouden. Er was een hek opgesteld en ze konden daar niet verder. Met een grote omweg via Kosovo, Servie, Kroatie en Slovenie, kwamen ze vanuit dit laatste land, via bergpaden in Oostenrijk. Men had hen verteld, dat als ze opgepakt zouden worden, ze terug gestuurd zouden worden naar het land waar ze zojuist vandaan gekomen waren en uiteindelijk weer in Griekenland zouden belanden.

Sepp luistert aandachtig wat de man allemaal  te vertellen heeft, al nadekende schudt hij zijn grijze hoofd: “Maar waarom vluchten jullie nog steeds? Griekenland is binnen de EU daar was je toch al veilig? Eigenlijk waren jullie in Turkije al veilig.” De woordvoerder antwoordt: “Ja, maar we zijn op de vlucht en willen naar Duitsland!” Sepp: “Zoals ik al zei. Jullie zijn nu niet meer op de vlucht. Jullie reizen door Europa. Maar jullie probleem is nu, dat jullie geen geldige reisdocumenten om te reizen hebben! Dus jullie reizen illegaal rond!” “Maar wij zijn toch uit Syrie gevlucht?” antwoordt de woordvoerder. Sepp: “Dat klopt, jullie zijn het land uitgevlucht, maar na overschrijding van de grens met Turkije, was voor jullie, volgens mij, het “vluchten” voorbij. Het enige wat dan nog gebeuren moest is een asielaanvrage om in een ander land te mogen verblijven”. “Juist en dat willen we in Duitsland gaan doen!” antwoordt de woordvoerder. Sepp: “Maar waarom in Duitsland? en bijvoorbeeld niet in het eerste EU land waar je binnen bent gekomen?” De woordvoerder weet eigenlijk niet meer wat hij uit moet leggen zodat Sepp het begrijpt.


Sepp: “Mijn vader was eigenlijk een echte vluchteling en is dat in principe tot aan het einde van zijn leven gebleven. Hij werd in de tweede wereldoorlog opgeroepen voor de militaire dienst, om tegen de Russen te vechten voor het “Großes Deutsches Reich”, onder leiding van “Der Führer”. Toen mijn vader zag wat de militairen tijdens hun opmars richting oosten uitvraten, door hele dorpen plat te branden, willekeurig mensen neer te schieten en vrouwen en jonge meisje verkrachtten, wilde hij direct weer naar huis. Daar kreeg hij geen toestemming voor dus besloot hij op een dag te deserteren en ging gecamoufleerd,tussen een groep gewonde soldaten terug naar Oostenrijk. Dat was in die tijd levens gevaarlijk. Als hij ontmantelt zou worden als deserteur, was er nog maar één mogelijkheid voor hem. Ter plaatse de kogel. Eénmaal in Oostenrijk kon hij niet naar huis, want veel landgenoten verfoeiden zulke mensen, die “landverraders” werden genoemd. Hij heeft de rest van de oorlogstijd boven in de bergen op een eenzame alm gezeten: Deze alm was van een boer, waarvan hij zeker wist, dat die hem niet zou verraden. Hij was eigenlijk altijd op de vlucht. Maar na de oorlog was het nog niet voorbij, omdat er nog steeds mensen waren die hem wilden veroordelen als landverrader. Terwijl velen van die mensen eigenlijk zelf in de gevangenis zouden moeten zitten, omdat zij deel hadden genomen aan de gruweldaden, die ik zojuist beschreven had. Dat heeft hij z´n leven lang aan moeten horen. Op het laatst, toen er meer jongeren kwamen, werd dit minder. Maar bij zijn leeftijdsgenoten, ging die haat tegen hem en vele anderen niet weg.

Sepp zucht even en staart voor zich uit. De woordvoerder vindt het verstandig om ook even zijn mond te houden.

Nadat de vrouwen van het deeg, op de haard een soort pannekoeken hadden gemaakt en deze met smaak werden gegeten, besluit Sepp de voorbereidingen voor de nacht te regelen. Zijn hut is eigenlijk maar één ruimte. In deze ruimte wordt dus gekookt en geslapen. Sepp stelt voor om maar op de bank van de hoektafel te gaan slapen en laat zijn bed aan de vrouwen en kinderen over. Een paar dekens op de bank, dan moet het wel lukken. Direct merkt Sepp, dat er bij de vrouwen enige weerstand is omdat Sepp in dezelfde ruimte wil slapen als de vrouwen. De woordvoerder deelt mede dat de vrouwen dit niet gewend zijn. Sepp wordt een beetje boos en zegt dat hij zeker niet ergens buiten in de kou gaat liggen.

Sepp: “moeten jullie eens luitsteren, als jullie je straks in Duitsland niet aanpassen en gewoon doorgaan met je eigen gewooontes, dan krijgen jullie het heel moeilijk. Net zo als ik nu in Syrie zou zijn en mijn eigen Tiroolse gewoontes door zou voeren.  Zie je me al lopen met een korte “Lederhose” en mijn vrouw, als ik die zou hebben, met een “Dirndl”. Er wordt niet erg op deze woorden gereageerd. Waarschijnlijk kennen ze geen lederhosen en Dirndl en vragen daar ook niet verder over na. Uiteindelijk besluit het gezelschap toch maar te accepteren dat Sepp ook in de hut mag slapen.

De volgende dag is Sepp al vroeg wakker. Hij kijkt naar buiten en ziet een laag sneeuw op de alm liggen. Direct maakt hij zich zorgen om het stel dat hij onderdak heeft verschaft. Het meeste medelijden heeft hij met de twee kinderen, want die kunnen er ook niets aan doen dat hun ouders ze bij zulk weer mee door Europa slepen. De richten waar de mensen op willen, is met sneeuw veel te gevaarlijk. Daarom stelt hij de woordvoerder voor om met hem mee naar het dal te gaan. Dus terug in de richting vanwaar ze gekomen zijn. Als Sepp de woordvoerder uitlegt dat de andere route nu te gevaarlijk is, met name voor de kinderen, wordt dat geaccepteerd. Verder deelt hij mede dat hij zal proberen hen in Duitsland te krijgen. Dit aanhorende en nadat de woordvoerder de anderen hierover heeft ingelicht, zijn ze uitgelaten. “Het zal dan tóch lukken!” zegt de woordvoerder. Sepp zegt dat dit natuurlijk onder voorbehoud is. Hij zal vragen of hij de bus kan lenen van een vriend van hem. Daar kunnen wel 8 personen in. Maar hij kan die vriend niet vertellen wat zijn plannen zijn, want dan weet hij wel zeker dat hij de bus niet meekrijgt. Sepp zegt: “ Kort voordat we het dorp binnen komen moeten jullie wachten. Hoe lang het duurt, weet ik niet, maar ik haal jullie daar af. Jullie moeten je dan schuil houden!” De woordvoerder begrijpt dat. “Nog iets” zegt Sepp. Als we in het busje onderweg zijn, moeten de vrouwen hun hoofddoeken afdoen. De aandacht gaat gelijk naar naar die hoofddoeken en de opmerkingen worden vanzelf gemaakt: “Ah daar heb je weer een stel vluchtelingen”. In zo´n klein dorp gaat dat als een lopend vuurtje rond en ik weet ook zeker dat er personen bij zijn, die de politie waarschuwen!” Even is er hierna een discussie tussen de vrouwen en de twee andere mannen, maar dan geeft de woordvoerder aan Sepp te kennen dat zij zullen doen wat hij verlangt.

Na een moeilijke tocht komt de groep in het dorp aan. Aan de bosrand, nabij hoog opgestapelde boomstammen, is de plek waar ze moeten wachten. Sepp gaat nu op pad. Ze hebben hem in het dorp lang niet gezien dus regelmatig begroetingen, zoals “Guasti, bist wieda doh?” Eerst gaat Sep naar huis om zich te douchen en andere kleding aan te doen. Hij had ook die mensen wel willen laten douchen, maar dan weet heel het dorp het en is de zekerheid voor die mensen weg. Als Sepp klaar is, gaat hij nog snel even langs de winkel en koopt wat eten voor die mensen. Verder heeft hij wat extra geld bij zich gestoken, want je weet maar nooit. Zelf heeft hij het plan opgevat om via Kössen de grens over te rijden, omdat hij daar geen controles verwacht. Daarna wil hij naar Rosenheim rijden en op het station voor de mensen een enkeltje München kopen. Meer kan hij niet doen.

Dan is Sepp opnderweg naar zijn vriend, die een Volkswagenbusje heeft. “Hallo Adi. Ik ben net terug van de Alm en moet enige grotere dingenin Salzburg inkopen. Ik heb dringend een ander bed nodig en wil bij Ikea kijken of ze daar iets voor me hebben. Het zijn pakken, dus deelstukken en die kunnen wel in je bus. ”Adi kijkt wel een beetje vreemd dat hij juist nu dit wil gaan doen, maar als vriend, kan hij niet weigeren. “Doe voorzichtig!” zegt Adi, terwijl hij de autosleutels en papieren naar Sepp overhandigt. “Sepp denkt even na over die woorden en beaamt dat hij voorzichtig moet doen. Voor een paar dagen terug had hij nooit gedacht dat hij in zo´n situatie zou komen.

Hij rijdt vervolgens met het busje naar de bosrand, waar de vluchtelingen nog steeds op hem zitten te wachten. Je kunt aan hun gezichten zien dat ze opgelucht zijn. Waarschijnlijk hadden ze gedacht dat Sepp nooit zou komen om hen af te halen.

Dan vertrekken ze, via Zell am See, via Lofer in de richting van Kössen. Het is al aan het einde van de middag en het begint schemer te worden. De kinderen zijn in de auto in slaap gevallen, waarschijnlijk door de behagelijke warmte in de auto. Af en toe wordt er wat Arabisch gemompeld, dat Sepp niet kan verstaan.

Als ze eenmaal de grens over zijn, zegt Sepp: “Nu zijn jullie op de eindbestemming. Jullie zijn in Duitsland.” De woordvoerder vraagt of hij zeker weet dat ze nu in Duitsland zijn, want hij heeft geen grens gezien. Sepp antwloordt: “Kijk, dat is nu het mooie in Europa, geen grenzen, je kunt goederen van het ene naar het andere land meenemen. Het maakt niet uit. Ik wil dat dit overal zo blijft. Ook in Oostenrijk. Bij Kufstein en op de Brennerpas zijn strenge controles, maar men kan niet alles controleren.” Sepp vervolgt:” Als we straks op het station in Rosenheim zijn aangekomen, blijven jullie in de bus wachten. Ik koop dan kaartjes voor jullie. Ik heb extra geld meegenomen. Dus ik koop 7 kaartjes en jullie krijgen nog wat zakgeld mee. Meer kan ik niet voor jullie doen”.

Het wordt weer stil in de bus en ook de vrouwen worden door de slaap overmand. De twee mannen blijven wakker en kijken soms verschrikt om zich heen als ze door een snelle auto worden ingehaald.

Kort voor het moment dat wordt aanggegeven dat de autobahnafslag nadert en richting München onder het viaduct door wordt aangewezen, staan daar ineens een aantal politiemensen, met auto´s, die Sepp een stopteken geven. Sepp draait het raampje naar beneden en zegt: “Gruasti”. De politieman groet niet terug en vraagt direct om het rij- en kentekenbewijs van Sepp. Hij overhandigt deze. Aandachtig wordt het rijbewijs bekeken. Er wordt wat gefuisterd tussen de politiemannen. Dan komt er ééntje die het woord doet. “Eh, wie zijn dat bij u in de auto?” Sepp: “Oh dat zijn kennissen van mij, die breng ik naar het station in Rosenheim”. Daarbij zegt Sepp eigenlijk niets verkeerd en spreekt de waarheid. Zelf beseft hij wel dat hij op dit moment in een onmogelijke situatie is gekomen, waar hij zelf geen invloed op uit kan oefenen. “Hallo dames en heren”, zegt de politieman in de Duitse taal “Mag ik uw papieren zien? Paspoort, verblijfsvergunning!” De woordvoerder begrijpt wat de politieman verlangd en zegt in het engels: “We have no papers”.  De politieman richt zich nu tot Sepp: “Aha, dus u hebt deze mensen de grens over geholpen! Dan bent u een sleper! Hoeveel hebt u daar voor gekregen?” Sepp antwoordt: “Niets, het kost me alleen maar geld!”

“Zo en dat moeten wij geloven!” “Geloof het of niet!” is het antwoord van Sepp.

Daarna wordt de hele groep, inclusief Sepp, overgebracht naar het politiebureau in Rosenheim, alleen wordt Sepp afzonderlijk vervoerd. De politiemensen doen opvallend vriendelijk tegen de vluchtelingen. De woordvoerder van deze groep geeft te kennen dat ze in Duitsland asyl aan willen vragen. Sepp krijgt niet de gelegenheid om afscheid van de groep te nemen. Hij wordt gefouilleerd en alle spullen van hem, worden in een bakje gedaan. Daarna wordt hij ingesloten.

Enige uren later wordt hij voor een verhoor uit de cel gehaald. Sepp is opgelucht. Eindelijk kan hij duidelijk maken dat hij eigenlijk niets verkeerd heeft gedaan, behalve dan dat hij de mensen illegaal over de grens heeft gebracht.

Twee rechercheurs, die kennelijk zijn opgeleid om dit soort werkzaamheden te doen beginnen het verhoor. Eén van de rechercheurs vraagt: “Wat heb je voor dit transport gekregen?” Sepp antwoordt: “Helemaal niets! Het kost me alleen geld!” Luid gelach van de twee rechercheurs tonen aan dat ze geen geloof aan zijn verklaring hechten. Eén rechercheur is klein van stuk, met iets kalend hoofdhaar, donker van kleur. De andere is groot, sterk, heeft blonde lokken en heeft een ringetje in zijn oor. Deze laatste, die er eigenlijk niet als politieman uitziet, doet verder het woord. “We hebben net in je portemonnee gekeken en daar zitten twee briefjes van 500 in. Heb je dat geld van die lui gekregen?” Sepp, wordt boos en zegt: “Verdorie. Ik heb toch gezegd dat ik die lui helpen wou. Ik wilde in Rosenheim treinkaartjes naar München voor hen kopen en verder wilde ik hen wat zakgeld meegeven!” De grote: “Vertel ons geen smoesjes. Je hebt zelfs de bus van iemand geleend met de smoes dat je een bed zou gaan kopen. In plaats daarvan treffen we je met een bus vol vluchtelingen aan!” Sepp: “Hebben jullie dat nu al nagetrokken? Dat vind ik erg dat mijn vriend dat nu weet dat ik hem belazerd heb!” De grote: “Ja, juist. Je wilde niet tegen de lamp lopen!” Hoe vaak heb je dat al gedaan?” “Man, ik ben ben de hele zomer als Senner op de Alm geweest en heb daar maar een handje vol lui ontmoet!” antwoordt Sepp. “Dat is het nu juist. Het is daar veilig. Je heb daar vaker mensen onderdak geboden en ze daarna weggebracht!” antwoord de grote rechercheur. We hebben ook je bankrekening even nagetrokken en er staat een dikke vijftigduizend Euro op. Hoe kun jij dat als Senner verdienen?” Sepp begrijpt dat, wat hij ook zegt, het altijd weer anders uitgelegd zal worden. Op rustige toon antwoordt hij: “Ik verbruik haast niets. Ik leef eenvoudig. De tijd dat ik op de alm zit al helemaal!” Sepp bedenkt dat zijn zonderlinge levensstijl er niet aan bij zal dragen dat anderen uit het dorp iets positiefs over hem zullen zeggen en zelfs nu heeft hij één van de zeer weinige vrienden ook nog belazerd. Nu de politie in zijn dorp op de hoogte is waarvoor hij vastzit, zal er wel gezegd worden: “Altijd wel gedacht dat er iets niet klopt. Wie gaat er nu op latere leeftijd vrijwillig op een alm zitten!”

De politiemensen komen met Sepp niet tot een bekentenis. Enige dagen later wordt hij opgehaald door de Oostenrijkse instanties. De bus gaat weer terug naar zijn vriend en het geld dat hij bij zich had, wordt ook overgedragen aan de Oostenrijkse instanties.

Rechercheurs, die in het dorp, over hem, navraag doen, krijgen de meest fantastische verhalen te horen. Normaal zou je deze “dorpsverhalen” afdoen als verzonnen of overdreven. Maar nu er een dorpsgenoot bij mensensmokkel betrokken is, weet iedereen wel iets te vertellen van opvallend gedrag, bijvoorbeeld in de winkel, waar hij altijd zo snel mogelijk alles inkoopt wat hij nodig heeft en dan snel weer verdwijnt. En het feit dat hij extreem lang op de alm is. Bijna altijd thuiszittende, waarschijnlijk daar zijn zaken regelende en dat ook nog zóveel geld op de bank……….

Na enige weken wordt Sepp vrijgelaten. Als hij door zijn dorp loopt, groet niemand hem en hij merkt dar, zodra hij een groepje mensen gepasseerd is er een hoop lawaai van fluisterende mensen ontstaat.

Sepp beseft nu ineens dat zijn vader, toen hij deserteerde, ook dat gevoel moet hebben gehad. Hij had hetzelfde meegemaakt. Misschien zijn er nu wel oudere mensen die beweren dat het niet anders kan met zo´n vader, dat Sepp ook zo is geworden…….

Voor Sepp blijft er niets anders over dan maar weer snel de alm op te gaan. Hij gaat nu vroeger dan normaal en blijft nadien ook langer. Hij wil niets meer met die achterdochtige dorpsbewoners van doen te hebben. Op de alm in z´n eentje, weet hij wat vrijheid is en weet hij ook dat hij z´n best heeft gedaan voor anderen, die de vrijheid zochten…..


Er gaan een jaar of vijf voorbij, als in het dorp een grote nieuwe BMW stopt. Nadat deze in het centrum van het dorp geparkeerd is, stappen een man en een vrouw uit. Aan hun uiterlijk is te zien dat zij uit Mediteraan Europa, of het midden-oosten komen. De man en de vrouw zijn modern gekleed en hebben zo te zien dure kleding aan. Nieuwsgierig blijven mensen staan en kijken het stel na als ze het gemeentehuis binnen gaan. In het gemeentehuis vraagt de man, aan de bode, of hij met de burgemeester mag spreken. Tijdens deze vraag, komt toevallig de burgemeester, door de gang in hun richting. De bode zegt dan tot de burgemeester dat de dame en heer hem even willen spreken. De burgemeester, kijkt op zijn horloge en zegt dat hij wel even tijd heeft. Natuurlijk is hij nieuwsgierig wat deze mensen hem te vertellen hebben. Hij had de auto al gezien en zag dat er een Duits kenteken, afkomstig uit Frankfurt, op zat.

De man geeft, voordat ze gaan zitten, de burgemeester een hand en stelt zich voor als dokter en de vrouw die bij hem aanwezig is, als zijn vrouw. “Neemt u plaats”, zegt de burgemeester. Als ze plaats hebben genomen, vervolgt de burgemeester: “Waarmee kan ik van dienst zijn?”

Dan begint de dokter:” Het is nu iets meer dan vijf jaren geleden dat wij door een inwoner van uw dorp, geholpen zijn, toen wij op de vlucht waren. Op onze vlucht werden we van het kastje naar de muur gestuurd en iedereen wilde geld van ons. Toen wij eenmaal hier waren, hadden we niets meer. Geen papieren, geen geld. Dus straat arm. In uw dorp werden wij voor het eerst geholpen, zonder dat iemand verder iets van ons wilde. De man heeft alles geriskeerd om ons verder te helpen. Helaas liep de vlucht voor hem verkeerd af. Wij zijn in een opvangcentrum in Frankfurt gekomen en wij hebben onze helper nooit weer gezien. Om onze erkentelijkheid te tonen zijn wij nu gekomen om wat voor hem tebetekenen.

“Alhoewel bij de burgemeester alwel wat belletjes gaan rinkelen, vraagt hij toch: “Wie is die man dan, die jullie geholpen heeft?” De dokter antwoord: “Hij noemde zich Sepp en is in de zomermaanden bij zijn koeien in de bergen te vinden!” De burgemeester veert op en doet mededeling dat de Sepp die zij bedoelen, werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf”. Vol ongeloof kijken de dokter en zijn vrouw naar de burgemeester. De dokter: “Wat? De enige die goed voor ons is geweest, heeft voor zijn menselijkheid straf gekregen? Hij wilde treinkaartjes voor ons kopen en nog wat zakgeld mee geven en dat alles uit eigen portemonnee. Waar woont hij nu?” De burgemeester: “Eh, niet meer in zijn oude woning, de buurt pruimde hem niet meer. Hij had daar geen leven. Hij woont nu in een klein hutje, net iets buiten het dorp.” Je kunt zien dat de dokter kookt van woede en bij zijn vrouw wellen enige tranen op.” De dokter: “Wij hebben het goed getroffen. Hebben alles wat ons hartje begeert. Ik ben hartchirurg en had nu even tijd om dit te regelen. Ik wilde Sepp bedanken en hem te belonen met tien keer hetgeen hij voor ons heeft uitgegeven, maar ik denk nu dat we meer moeten doen!” “Wat wilt u dan gaan doen?” vraagt de burgemeester. “Dat zult u wel zien!” antwoord de dokter.

In het dorp is een kleine makelaardij en daar gaan de dokter en zijn vrouw naar binnen. Ze bekijken wat daar allemaal te koop staat. Hun oog valt op een klein huisje, een soort bungalow, aan de rand van het dorp, maar te voet goed te doen om in het centrum te komen. Met een mooie tuin en uitzicht op de berg, waar Sepp zijn zomermaanden altijd doorbracht. In de makelaardij vragen zij hoeveel het huisje kost. Omdat het een bungalow is, valt de prijs mee. Tweehonderdtien duizend Euro. De dokter overlegt met zijn vrouw. De dokter tegen zijn vrouw: “Dat is een groot bedrag, maar als Sepp er wat bij doet en wij en ook de burgemeester, dat kan Sepp gerehabiliteerd worden. Wat wij niet direct kunnen betalen doen wij in een hypotheek, die wij aflossen.

Vervolgens gaan ze weer naar de burgemeester en delen hem mede dat zij, met ondersteuning van de gemeente, van Sepp zelf en van hen het de bungalow willen kopen. Ze laten aan de burgemeeter weten dat, als zij een verhaal maken over hun dorp, hoe het werkelijk is gegaan, de naam van het dorp en haar inwoners daar wel heel erg onder te lijden zal krijgen.

Uiteindelijk komen ze tot een deal.

Daarna gaan ze op zoek naar het hutje waar Sepp nu verblijft. Daar aangekomen, zien ze een vermagerde man, die zo te zien geen enkel bezoek krijgt en eigenlijk aan het verpauperen is. Hij is tevens slecht te been. Toch flonkeren zijn ogen als hij weet wie hij voor zich heeft.

Dan vertellen de dokter en zijn vrouw, wat zij als dank voor Sepp willen betekenen. Sepp zegt dat hij het niet aan kan nemen. Maar ziet zelf ook wel in dat het zo niet verder kan. Hij zegt: “Oke dat is goed. Ik stop mijn spaarcenten er ook in. Dat zijn vijftig duizend Euro, alleen onder die voorwaarde: “Als ik er eenmaal niet meer ben, moet de bungalow niet verkocht worden, maar gebruiken jullie het als vakantiewoning.” Dat moeten jullie ook zo met de burgemeester afspreken”. De dokter en zijn vrouw gaan accoord en zijn blij dat Sepp mee wil werken aan zijn rehabilitatie.

Eenmaal terug bij de burgemeester, gaat deze ook accoord om een bijdrage uit de gemeentepot er bij te doen, als vergoeding van het leed dat Sepp werd aangedaan. Tevens dwong de arts nog af dat van de gemeente uit in ieder geval één maal per week iemand zou komen, om Sepp te helpen om alles in huis netjes te houden. Als tegenprestatie zouden de dokter en zijn vrouw publiekelijk maken dat Uttendorf, bekend zou worden als een dorp waar vluchtelingen gastvrij en vriendelijk op werden gevangen.

De dokter zei verder nog tegen Sepp: “Hier heb je mijn telefoonnummer. Mocht er met jou eens iets aan de hand zijn en je bijvoorbeeld geopereerd moeten worden, dan doe ik dat gratis, als vriend. Sepp lacht. Het is hem eigenlijk allemaal teveel zo ineens. Hij kan niet meer naar zijn alm, maar in de zomermaanden een beetje in zijn eigen tuintje werken, dat is ook niet verkeerd.

Het verhaal gaat als een lopend vuurtje door het dorp. Iedereen begint voorzichtig te groeten “Gruasti Sepp” en zijn vriend heeft, na het horen van de juiste toedracht, de strijdbijl begraven. Samen gaan ze elke vrijdagmiddag even naar het dorpsgasthuis om een biertje te drinken en wat bij te kletsen. Sepp fleurt zienderogen op en is al ras alle ellende vergeten.

Even denkt hij terug aan zijn vader en mopelt: “Pa dat had jij ook mee moeten maken”.

 

Note: Inmiddels is in Wenen een momument opgesteld die herinnert aan al die mensen in Oostenrijk die niet mee wilden werken aan het Naziregime en velen moesten dit met de dood bekopen en werden lange tijd met de nek aangekeken, terwijl de soldaten die op de uitkijktorens van de concetratiekampen hadden gestaan, over hun dienstjaren een pensioen kregen, in plaats van minimaal een vrijheidsstraf………..

 

 

 


.