Last update: 14-02-2017


Gejo Alberts, marinenummer 34610.
Bak 120
Sergeant Lampe.

In het jaar 1965, solliciteerde ik bij de Koninklijke Marine. Ik wilde daar het liefst radio-radarmorteur worden. Doch ik kwam voor geen enkel technisch vak in aanmerking. Ik kon van alles worden, van hofmeester, magazijnbeheerder, schrijver, matroos, maar diet dat wat ik wilde. Dan had ik op een school een diploma moeten halen.

Eén van de mensen achter de tafel zei: "Marinier, lijkt je dat niets". Ik vond het wel een mooi woord, maar wist eigenlijk niet precies wat marinier inhield. Ik zei: "Ja, doet u maar". Ik kon weer naar huis en enige maanden later kreeg ik een oproep om me in Rotterdam te melden bij de Van Ghentkazerne, aan het Toepad 120.
Die dag vertrok ik, nog net geen 18 jaar, met de trein, toch wel een beetje zenuwachtig, uit het rustige Drentse Emmen, in de richting van Rotterdam. Daar uitgestapt, stond al een militaire vrachtwagen klaar, waar verschillende jongens instapten. Gelukkig was ik nu niet alleen. Gekomen bij de kazerne wist ik niet wat ik zag, Marcherende soldaten, die allemaal precies gelijk liepen en op ieder commando, gelijk van richting veranderden. "Moet ik dat ook leren? Als dat zo is, leer ik dat nooit!"

Enige weken later liep ik, alsof ik nooit iets anders gedaan had, ter marcheren, met m'n korte haren. Geen vetkuif meer.


Een aantal "baroe's" (nieuwelingen) bij elkaar. v.l.n.r. Bouman, Dierx. ik, Coenraad, Gagliari.

De Nijmeegse vierdaagse 1966.

De eerste drie voor op de rij. v.l.n.r. De eerste klas, de korporaal en sergeant Lampe.
Daar achter v.l.n.r. Ik met vlag, een jongen die heel hard lopen kon (Rutten) en Arnts uit Nijmegen.

Daar achter v.l.n.r. Paul de Blanc, NN, en Onno de Boer.
Daarachter v.l.n.r. Moens, NN en Bouman
Laatsen v.h. peloton: Gagliari links en NN rechts.

Amfibisch oefenkamp Texel


Alles v.l.n.r.:
Voorste gehurkt: Bouman en Moens. Daarachter gehurkt: ik. Staande: Gagliari, De korporaal van bak 121, louis van Pelt, onze eerste klas, Coenraad, Onno de Boer, Paul de Blanc, NN.

 
De Zodiacs en landingsvaartuigen aan de Mokbaai te Texel.

Oktober 1966, plaatsing bij het MIPEL (mitrailleurpeloton) in Doorn.

Plaatsinr op Hr. Ms. Soemba in Den Over voor duikersopleiding (april 1967)


Ik loop voor aan de punt. Alleen de naam van mijn opleidingsmaat Onno de Boer ken ik nog, de anderen zijn mij, door de korte duur van de opleiding ontschoten.

Ford Erfprins kannoniersopleiding (herfst 1967)


Toen ik, na mijn duikersopleidings avontuur, terug was in Doorn, vroeg ik de kannoniersopleiding aan. Dit werd door mijn commandant toegestaan met de woorden:       "Als je dan toch zo graag bij de vlootbalen wilt dienen, wordt dan daar ook maar een vlootbaal!"

Na deze opleiding werd ik eerst op Hr. Ms Overijssel geplaatst, die in Den Helder op de werf lang voor het zeeklaar maken en. Wij zouden een half jaar naar de west gaan. Ik zou dan te laat zijn voor, de inmiddels aangevraagde opleiding voor korporaal. Na enige maanden, werd ik op het laatste ogenblik overgeplaatst naar de Kruiser "Hr.Ms De Zeven Provincien". Dit ging zo snel, dat ik mijn plunjezakken aan het uitpakken was, op het moment dat wij de haven van Den Helder verlieten voor een acht weekse reis. Dit was in het voorjaar van 1968.


De rollenkaar geeft aan wat jou taak in verschillende situaties is.

Kruiser Hr. Ms De Zeven Provincien"


De 40 mm. Bofors luchtdoel mitrailleurs, was mijn werkterrein.


Bouman was ook aan boord één van de jongens uit bak 120.


In Funchal Madeira stond het contingent Mariniers erewacht. Rechts naast de sergeant (de langste), ben ik en ik ken nog de marinier Van de Woude, voorste rij, 2e van rechts.

Na deze reis ging de Zeven Provincien, voor een half jaar in dok in Rotterdam.
In die periode was ik vaste leerling van de wacht. Een prima baantje. Elk weekend vrij. Er zat toen nog maar heel weinig personeel aan boord. Van der Sluis, de marinier trompettist. blies iedere morgen nog het overal, al ging dat door zijn soms extreme stapactiviteiten soms een beetje moeilijk.

In de herfst van 1968, ging ik naar de opleiding voor korporaal de KSK 1.
Ook deze opleiding werd niet succesvol door mij afgesloten (zoals zovele uit die lichting) Ik had één onvoldoende voor velddienst. Alle andere vakken waren ruim voldoende. Ik kon herexamen doen, maar dan moest ik alles over doen. Ik ben hier toen aan begonnen met nog een 10-tal mariniers. Na een paar voorvallen vond ik het welletjes en diende een verzoek in tot anulering herexamen en anulering bijtekenen.
Ik werd "gestraft" met een varende plaatsing op de torpedobootjager, Hr. Ms. Gelderland. Deze straf bleek achteraf de mooiste periode van mijn diensttijd geweest te zijn.

Hr.Ms. Gelderland, op 5 december 1969 de haven van Portland (Engeland) binnenvarend.

Wat wij allemaal niet voor die Goed Heilg Man doen. Bij het afmeren stonden wij voor hem erewacht.

 

 


Ook een hele belevenis was het tijdelijk fungeren als resqueschip voor het Amerikaanse vliegdekschip USS Kennedy. Op de foto hieronder varen wij naast dit schip. Onze boot had een lengte van 111 meter, dan kun je ook ongeveer uitrekenen hoe lang zo'n vliegdekschip is.





Je voelt je naast zo'n reus varend wel héél erg klein! (De twee onderste foto's kreeg ik van André Geelhoed. (Yellow)

Aan boord van ons schip deed je als dekpersoneel 3 wachten. 1. Uitkijk brug. Er werd dan van je verwacht dat je de schepen die je met de verrekijker waarnam, doorgaf aan de commandant op de brug. D.w.z. Meestal stond je buiten, boven de brug, in weer en wind en de commandant met nog een paar stonden binnen. 2. De andere wacht was uitkijk boei. Je hield in de gaten of er iemand over boord zou vallen. Op de foto hieronder doet marinier Geelhoed dienst als uitkijk boei.
Verder waren er nog de wachten, roerganger en blindeman, die samen het schip op koers hielden. Dit was alleen weggelegd voor matrozen, maar onder kwartiermeester Vlist mocht ik dit later ook doen. In het uurtje dat je vrij was, tijdens de hondewacht 00.00 tot 04.00, was het aardappelschillen (jassen) geblazen. Dus echt veel stilzitten was er niet bij. Wij hadden niets te maken met de wachten van de machinisten en technisch personeel.


Bij elke wacht werd een soort dienstrooster ingevuld. Hier een lijstje met de namen van de zeewacht Div. C. waartoe ik behoorde en hieronder de zeewacht Div. B. waar de marinier Geelhoed (zie foto) deel van uitmaakte.

Verder mijn passagierskaart. Die moest je altijd in leveren wanneer je van boord ging, of de kazerne verliet. Er staat op dat ik meerderjarig ben. Wanneer de linker- en rechter bovenhoek van deze kaart waren afgenipt was je jonger dan 18 jaar. z.g. "superminderjarig". Je moest dan 's avonds voor 22.00 uur, binnen zijn. Eén hoekje afgeknipt, was je minderjarig (tussen de 18- en 21 jaar) en diende je voor 24.00 uur binnen zijn. Geen hoekjes weggeknipt, dan was je meerderjarig en mocht je de hele nacht wegblijven.

Storm in de nacht van 19/op 20 oktober 1970.

Ondanks de opkomst van een zware storm, besloot onze commadant toch uit te varen, onder het mom: "We zijn een oorlogschip, dat moet onder alle omstandigheden uit kunnen varen. Toen we op het Marsdiep voeren en de voor de vluchtende storm tegenkomende vissersboten zagen, begrepen we al dat het wel eens heel extreem zou kunnen worden. Buiten het Marsdiep, naar het noordwesten varend, werd passageverbod, eerst voor het onderste dek gegeven. Kort daarop voor alle dekken, die door de overspoelende golven onbegaanbaar waren, We gingen op weg naar Bergen in Noorwegen, maar moesten over bergen en dalen van water. Een marineboot die, ter hoogte van Noorwegen voer, de Hr. Ms Snellius, een onderzoekvaartuig had het nog veel slechter te verduren. Hier een kort verhaal van een van de opvarenden, van het internet geplukt. 



 

Tijdens één van de reizen onder commando van LTZ1 Van Gent kwam Hr. Ms. Snellius in een vliegende storm terecht op het noordelijk deel van de Atlantische oceaan, we spreken over de nacht van 19 of 20 oktober 1970. Aan het begin van de avond werd het schip getroffen door een extreem krachtige golf die niet alleen een grote ravage aanrichtte op het voordek, maar die ook het stuurboordpeilkompas door de stuurhut heen sloeg naar bakboord. De stuurboordsdeur werd zwaar beschadigd en spoelde als schroothout overboord, de bakboordsdeur (toen nog een schuifdeur) stond open en daardoor kon het kompas vrij deze deur door schuiven, de officier van de wacht werd net niet geraakt, waarna het kompas door de reling heen werd gekatapulteerd. Het was echt een wonder dat de verschillende snoeren van het kompas zich klem zetten aan diezelfde reling, met als gevolg dat de schrijver in bureau administratie voor zijn patrijspoort een kompas heen en weer zag slingeren. Hilariteit alom, doch kompas gered! Uiteindelijk moest ook de bakboordstuurhutdeur vervangen worden en, u raadt het al, het bordje ‘stuurhut’ werd hier overbodig en overhandigd aan de commandant. Al die jaren werd het plaatje, netjes gemonteerd op een houten plankje, door hem bewaard als aandenken.

Aan boord van ons schip zag toch iemand kans, onder andere vanaf de brug, een paar fotootjes te maken, die mijns inziens nog niet voldoende weergeven hoe het op de Noordzee bij windkracht 11 toe kan gaan.

 

Na een paar daagjes storm en alleen gekookte eireren te hebben gegeten, zag ik er dan zo uit.

Op weg naar het zonnige zuiden

Deze reis ging in de richting van Gibraltar. Er werd op zee olie geladen (of daarmee geoefend.) Het vlak naast elkaar varen van twee grote schepen, op dezelfde koers, is geen kleinigheid. In het stuurhuis stond dan een zeer bekwaam iemand, de z.g. havenroerganger die het schip ook de haven binnen voer, aan het roer

Hier varen we naast het Engelse marinetankschip Hr. Ms. Black Ranger.

Op deze manier werd de post gebracht.

Uiteindelijk komen we dan aan in de haven van Gibraltar en van daaruit werden oefeningen gehouden.


Op de linker foto v.l.n.r. Ik, matroos Schepers en matroos Ton Tamboer. Op de rechter foto: ik in slechte toestand ( te veel bier? Ik weet het niet meer) en een zorgzame Schepers.

In ons slaapverblijf waar 40 manschappen sliepen, in stapelbedjes 3 boven elkaar en één uitgang, nabij de toko (winkeltje).
Je zou er ook pijn van in je maag krijgen. We hadden oorlogswacht, dat is 6 uur op en 6 uur af. In de 6 uur die je vrij was moest je eten en slapen (en een biertje drinken). De 6 uur op zat ik als vluchter (degene die de lopen van het kanon vertikaal beweegt) in toren twee. Dit is het kanon dat achter op het schip staat. Toen ik net uit bed was gestapt om mijn 6 uren te vervullen, ging de alarmsirene, zonder voorafwaarschuwing, als zijnde een oefening. IK voelde het schip sterk bijdraaien en moest me vasthouden om niet om te vallen. Maar goed ook, want plotseling een hevige dreun en gekraak. Ik sliep nabij het luik en rende daar naar toe. Achter mij kwamen nog een aantal maten, die zo snel mogelijk naar boven wilden. Vanaf de brug kwam het "geruststellende" bericht: "Attentie, hier de brug. We hebben zojuist een kleine aanvaring gehad, maar er is niets aan de hand." Dat de matroos, die in het kabelgat (helemaal voorin het schip) zat, opeens naar buiten kon kijken en een groot schip naast hem zag, moet voor hem een enorme schok geweest zijn.

De aanvaring werd gemaakt door een stuurfout, tijdens het olietanken op zee. Het tanken ging daarna gewoon door. (Deze foto staat helaas in spiegelbeeld). Daarna zijn we weer naar Gibraltar gevaren voor een noodreparatie en daarna zijn we weer naar Den Helder vertrokken.

Om u een indruk te geven hoe de stemming aan boord was, hier een aantal foto's:

Op de linker foto mijn maat (We werkten beiden in toren 2) Jimmy Rumaroesson en op de rechter Jimmy en ik, die de door hem, voor zijn vriendin gekochte lingerie, ten toon stellen. Op de achtergrond nog een paar maten. De bedjes zijn nu opgeklapt, zodat je een beetje ruimte in het slaapverblijf hebt.

Op de wal, in Gibraltar geniet ik duidelijk van de februarizon.

Dan is het voor mij bijna zover om afscheid te nemen van de Koninklijke Marine. De periode op de oude jager blijft als goede herinnering bij me.

De laatste weken, voor ik naar de politieschool in Lochem ga, ben ik gedetacheerd op de marinekazerne Willemsoord, in Den Helder. Daar laat ik mij tijdens feestelijkheden natuurlijk weer verleiden om in de ring te stappen om een partijtje blindboksen te doen. Dat ik daarbij de scheidsrechter tref, is mij niet kwalijk te nemen.

Wilt u de hele fotoreportage zien, dan kunt u de link hieronder aanklikken.

 

http://picasaweb.google.nl/gejoalberts/Marine

Hoe vergaat het mijn bootje?

Slecht. Er wordt afscheid genomen en wordt ontdaan van de beide geschutstorens, die weer gebruikt worden en ze licht jaren lang weg te rotten aan de kade, nabij de marinekazerne Amsterdam. In mijn politietijd heb ik een keer gevraagd of ik op het schip mocht rondkijken, maar dat was toen al verboden, omdat dit levensgevaarlijk zou zijn. Ze bracht me door windkracht 11 en 10 jaar later een gevaar om op te lopen..........

Deze foto, van de Gelderland in Amsterdam, kreeg ik van mijn oud collega Gerrit Engelbertink uit Enschede.

Dan komt de dag van de werkelijke sloop.....

De technische specificaties van dit schip:  Bemanning:             247 man
                                                              Waterverplaatsing: 2215 ton
                                                              Bouwjaar:               1954
                                                              Lengte:                   111,30 m.
                                                              Breedte:                   11.32 m.
                                                              Diepgang:                   3,88 m.
                                                              Aandrijving:             turbines
                                                              Vermogen:                 45.000 pk
                                                             
Snelheid:                  32 mijl (51 Km.h.)
                                                              Uitrusting: 4 kanons van 12 cm. en 1 mitrailleur
                                                                               40 mm.
                                                                               Voor aanvallen op onderzeeboten, 2 
                                                                          vierloops-anti-onderzeebootinrichtingen
                                                                                op de bak.
                                                                                Verder 2 dieptebomrekken.
In dezelfde klasse waren nog. de Hr.ms. Holland, Zeeland en Noord Brabant.

 

Hr.Ms. Gelderland adé. Ik zal je nooit vergeten.

Naar aanleiding van deze pagina, heb ik met oude dienstmaten zo af en toe contact. Zie daarvoor de pagina "Contacten Dienstmaten":



Hieronder een link naar een filmpje: "opnamen kort voor de sloop"


https://www.facebook.com/groups/509151239205928/permalink/1226298170824561/#



>>>>>>naar boven>>>>>


                                                                                                  volgende page >>>>>>