Last update: 21-1-2023 Under construction

Gejo Alberts, marinenummer 34610.
Bak 120
Sergeant Lampe.

De sollicitatie:
In het jaar 1965, solliciteerde ik bij de Koninklijke Marine. Ik wilde daar het liefst radio-radarmonteur worden.
Na alle testen en keuringen kwam ik uiteindelijk bij de commissie die de beslissing nam of je aangenomen zou worden. Het bleek dat ik voor geen enkel technisch vak in aanmerking kwam. Ik kon van alles worden, van hofmeester, magazijnbeheerder, schrijver, matroos, maar dat was niet wat ik wilde. Ik had weinig keuze, dan had ik op school een diploma moeten halen met wiskunde.
Eén van de mensen achter de tafel keek mij aan en zei: "Marinier, lijkt je dat niets Je bent groot en slank". Ik vond het wel een mooi woord, maar wist eigenlijk niet precies wat "marinier" inhield. We hadden wel voorlichtingsfilms gezien over verschillende beroepen, maar dat was zoveel informatie, dat ik alles niet uit elkaar kon houden. Ik bedacht me verder niet en zei: "Ja, doet u maar". Ik kon weer naar huis.


De opkomst in de Van Ghentkazerne 
Enige maanden later kreeg ik een oproep om me in Rotterdam te melden in de Van Ghentkazerne, aan het Toepad 120.
Die dag vertrok ik, nog net geen 18 jaar, met de trein, toch wel een beetje zenuwachtig, uit het rustige Drenthse Emmen, in de richting van Rotterdam. Daar uitgestapt, stond al een militaire vrachtwagen klaar, waar verschillende jongens instapten. Gelukkig was ik nu niet alleen. Gekomen bij de kazerne wist ik niet wat ik zag; marcherende soldaten, die allemaal precies gelijk liepen en op ieder commando, gelijk van richting veranderden; "Moet ik dat ook leren? Als dat zo is, leer ik dat nooit!" dacht ik.

Enige weken later liep ik, alsof ik nooit iets anders had gedaan, ter marcheren, met m'n korte haren. Geen vetkuif meer.

Een aantal "baroe's" (nieuwelingen) bij elkaar, in het trappenhuis van de kazerne. 
v.l.n.r. Bouman, Dierx, ik, Coenraad, Gagliardi.


De Nijmeegse vierdaagse 1966.


Omdat de Nijmeegse vierdaagse in de opleidingsperiode zat, namen we hier ook aan deel.
De eerste drie voor op de rij. v.l.n.r. De eerste klas, de korporaal en sergeant Lampe.
Daar achter v.l.n.r. Ik, met vlag, een jongen die heel hard lopen kon (Rutten) en Arnts uit Nijmegen.

Daar achter v.l.n.r. Paul de Blanc, NN, en Onno de Boer.
Daarachter v.l.n.r. Moens, NN en Bouman
Laatsen v.h. peloton: Gagliari links en NN rechts.

 

Amfibisch oefenkamp op Texel:

Uiteraard krijg elke marinier te maken met de amfibische oefeningen, bestaande uit het landen op een strand, het verkennen vanuit het water, het afmeren aan een varend schip. Dat alles met de oude vertrouwde Zodiac´s. Mij werd verteld dat de gebruikte motoren ook in Nieuw Guinea werden gebruikt. 

 

Amfibisch oefenkamp Texel


Alles v.l.n.r.:
Voorste rij gehurkt: Karel Bouman en Moens. Daarachter gehurkt: ik. Staande: Louis van Pelt, Op de achterste rij, Gagliari, De korporaal van bak 119, de eerste klas van onze bak, Coenraad, Onno de Boer, Paul de Blanc en NN.

 
De Zodiacs en landingsvaartuigen aan de Mokbaai te Texel.


De van Braam Houckgeestkazerne in Doorn.


Oktober 1966, plaatsing bij het MIPEL (mitrailleurpeloton) in Doorn.


Ik was nu als mitraillist geplaatst bij het MIPEL (mitrailleurs peloton) Elk peloton bestond uit 3 mitrailleurgroepen. Ons belangrijkste mobile wapen was een mitrailleur MAG 7.62 mm. Ook schoten we wel met de .40 mitrailleurs, maar die waren eigen bestemd om op een voertuig te plaatsen.


Pas veel later tijdens het schrijven van een boek, besefte ik dat ik in de voetsporen van mijn vader was getreden. Hij was in de oorlog ook mitraillist en vocht tegen de Duitsers, nabij het plaatsje Achterberg, aan de voet van de Grebbeberg. Ik heb in mijn leven nooit een woord daarover met hem gewisseld. Hij wilde over die tijd niet praten en dan houdt het al snel op. Mijn vader Pieter Alberts, is de meest rechter soldaat op de foto. Dit was nog tijdens de opleiding in Nijmegen.

Voornamelijk oefenden wij op de schietbaan nabij de Leusder heide. Af en toe marcheerden we te voet naar deze schietbaan omdat "de vrachtwagens in oorlogstijd niet inzetbaar waren". Ik merkte bij veel oud gedienden van het Mipel het moreel niet al te best was. Er was veel gemopper. Je moest het kader ook niet vragen of er iets te doen was. Gewoon onzichtbaar zijn en en tijd uitzitten. De tuin werd vaker geharkt dan echt nodig was. Maar tussen al die struiken aan de zijkant, kon je in alle rust een "strootje roken". Je had geen last van het kader en zij niet van ons. Eén keer hadden we een oefening in de Ardennen. We deden eigenlijk niets anders dan van de Frans grens dagelijks terug trekken voor de vijand. Veel overnachtingen in hooibergen. Zo´n week oefenen was snel om en was hetgeen ik me er van voorstelde. Ook stonden we een keer klaar voor inzet in Cyprus, na de overval van de Turken op dit Griekse eiland. Maar dit was alleen uit voorzorg en werden wij niet ingezet. 

Toen kwam er een voorlichtingsmiddag van een duikteam van de de Hr.ms. Soemba uit Den Oever. Het bleek dat mariniers nu in de gelegenheid werden gesteld om ook het brevet "hulp-duiker" te behalen. De hoofdtaak was om onder de schepen op zoek te gaan naar mijnen. Ik heb mij direct opgegeven en na een keuring in Den Helder werd ik voor deze opleiding aangenomen. De opleiding zou 6 weken duren  


Plaatsinr op Hr. Ms. Soemba in Den Over voor duikersopleiding (april 1967)


De passagierskaart met één hoek er af geeft kenbaar dat ik minderjarig ben en wel tussen 18- en 21 jaar. Dat betekent om 12.00 uur in de avond moet je binnen zijn. Twee hoekjes er af betekent "super minderjag", jonger dan 18 jaar en dan moest je om 10.00 uur binnen zijn.


Ik loop voor aan de punt. Alleen de naam van mijn opleidingsmaat Onno de Boer ken ik nog, de anderen zijn mij, door de korte duur van de opleiding ontschoten.

 

Dat alles niet zo gaat als je zelf gewenst hebt, kunt u hier lezen. U hoeft het niet te lezen als u alleen positief over de marine denkt.


Kannoniers opleiding, Fort Erfprins in Den Helder.


Ford Erfprins kannoniersopleiding (herfst 1967)

Toen ik, na mijn duikersopleidings avontuur, terug was in Doorn, vroeg ik al snel de kannoniersopleiding aan. Dit was ook een opleiding die voor mariniers was vrijgegeven.
Dit werd door mijn commandant toegestaan, maar wel de woorden meegevende:"Als je dan toch zo graag bij de vlootbalen wilt dienen, wordt dan daar ook maar een vlootbaal!"
Deze opleiding voldeed 100 % aan mijn verwachtingen. Een stukje techniek van verschillende, op de marineschepen aanwezige vuurmonden en het oefenen daarmee. De klassen waren ingericht in de oude verdedigingswal van het fort. Ik zat nu wel heel dicht bij de klas waar ik het liefst had gezeten, namelijk de opleiding voor radio-radarmonteur. In de wacht, deed ook een keer een leerling van die opleiding dienst en studeerde daar. Ik vroeg of ik eens in zijn boeken kon neuzen. "Heb je daar dan verstand van?" vroeg hij mij. k gad te kennen dat dit mijn grootste hobby was.

Na deze opleiding werd ik eerst op de onderzeebootjager, Hr. Ms Overijssel geplaatst, die in Den Helder op de werf lang zeeklaar gemaakt te worden voor een reis van een half jaar naar de West.
Inmiddels had ik mij ook opgegeven voor de korporaalsopleiding van de mariniers en werd aangenomen voor de najaarslichting 1968. Als ik op de Overijssel zou blijven was ik te laat om aan deze opleiding deel te nemen. Na enige maanden, werd ik op het laatste ogenblik overgeplaatst naar de Kruiser "Hr.Ms De Zeven Provincien". Dit ging zo snel, dat ik mijn plunjezakken aan het uitpakken was, op het moment dat wij de haven van Den Helder verlieten voor een acht weekse reis. Dit was in het voorjaar van 1968.


Plaatsing op de Zeven provincien (C 801) voorjaar 1968
 


De rollenkaar geeft aan wat jou taak in verschillende situaties is.

Kruiser Hr. Ms De Zeven Provincien C802"


De 40 mm. Bofors luchtdoel mitrailleurs, was mijn werkterrein.*


Bauman was ook aan boord. Dat was één van de jongens uit bak 120.*

In Funchal Madeira stond het contingent Mariniers erewacht. Rechts naast de sergeant (de langste), ben ik en ik ken nog de marinier Van de Woude, voorste rij, 2e van rechts.


Da haven van Funchal, waar nog meer marineschepen lagen.*

We gingen van Funchal, op Madeira verder naar Las Palmas op het eiland Grand Canaria.


De haven van Las Palmas op het eiland Grand Canaria anno 1968.* 

Hierboven een recente foto genomen van Las Palmas, genomen vanaf ongeveer dezelfde positie

Link naar de website waar deze foto te vinden is.
*Opmerking: De foto´s met een * werden door mij genomen met mijn eerste fototoestel van een DDR fabrikaat. Alles instellen zonder belichtingsmeter. Als standaard stelde ik 125e sec met diafragma 8 in. Afwijkingen als het lichter of donkerder was, corrigeerde ik op gevoel. Heel wat anders dan tegenwoordig.

 

Takenboek:
Het takenboek kanonnier dat je mee kreeg na de opleiding op Ford Erfprins voor kannonier, was het teken dat je er nog niet was. Je kon het verkregen brevet afmaken door bepaalde taken uit te voeren en bij goed gevolg deze af laten tekeken in je takenboek. Deze taken waren niet overdreven moeilijk, meestal na het tonen van bepaalde behendigheden kreeg je de taak afgetekend door een korporaal, of sergeant konstabel. Het enige probleem was altijd om zo´n onderofficier te animeren hieraan medewerking te verlenen.


Deze sergeant konstabel was een aardige man, maar gunde zich niet veel tijd om taken te vervullen. Hier is hij bezig op de Bofors 40 mm, met het overhoren van een matroon/kannonier* 

Vanuit Las Palmas ging het naar Cadiz, in Zuid-west Spanje. Onderweg werden oefeningen gehouden met de andere Nederlandse marineschepen die aan deze reis deelnamen. 


Op de foto is links het bevoorradingsschip, de Poolster te zien. In het midden een jager en geheel rechts nog net het vliegdekschip de Karel Doorman.

In Cadiz aangekomen, had ik geen film meer in mijn toestel en kocht als herinnering maar een anzichtkaart. 


De havenstad Cadiz in Zuid-west Spanje (anzichtskaart 1968)
Ook deze stad bezocht ik in het jaar 2014 en is in de afgelopen 45 jaar enorm veranderd. In die tijd waren het de kroegjes die overheersten. Nu zijn deze omgetoverd tot souveniers winkels. 

Op de thuisreis deden we de havenstad Santander, in Noord-Spanje nog aan. 


Santander bij nacht (anzichtskaart 1968)

Na deze reis ging de Zeven Provincien, voor een half jaar in dok bij de RDM, in Rotterdam.

De zeven provincien op de de RDM werf in Rotterdam, met daarvoor het logementschip.

Dit was in het voorjaar van 1968. Verschillende maten werden in die tijd overgeplaatst. Ik bleef aan boord als vaste leerling van de wacht. Eigenlijk een heel rustig baantje. Veel weekenden vrij. Van der Sluis, de marinier trompettist, blies iedere ochtend nog het overal, al ging dat door zijn soms extreme stap activiteiten soms een beetje moeilijk. Af en toe een gehaktbal halen in het logementschip voor de bootsman van de wacht aan de valreep, die er ook een goede neus voor had als er in de kombuis iets goeds werd klaar gemaakt: "Alberts, ga eens kijken. Volgens mij zijn er vandaag speklapjes!" Niet één keer werd mijn verzoek in de kombuis afgewezen. We waren dan ook de kernbemanning

De KSK opleiding:

In de maand oktober van het jaar 1968, ging ik naar de opleiding voor korporaal de KSK 1. We kwamen met meer dan 55 man op. In de eerste toespraak, gehouden door luitenant Knopien, deelde hij mede dat er maar 40 korporaals nodig waren en daarom voor de besten gekozen zou worden. Deze woorden gingen een beetje langs mij heen. Gewoon vooruit kijken, dan zal het wel goed komen. 

Wilt u het relaas lezen hoe het mij vergaan is? Dan kunt u dit vinden onder

deze link.

Ik plaats het bewust niet in de hele tijdslijn, omdat er dan teveel negativiteit naar voren zou komen en dat wil ik niet, want ik heb een mooie tijd bij het korps gehad. Een periode die mij voor de rest van mijn leven vorm heeft gegeven.


Na het beeindigen van de KSK, wilde men mij eigenlijk straffen door me een varende plaatsing op de onderzeebootjager, Hr. Ms. Gelderland te geven (D811). Deze straf bleek achteraf de mooiste periode van mijn diensttijd geweest te zijn.

Plaatsing op de HR. Ms Gelderland (D811)

Als je voor het eerst op zo´n jager komt, is het wel even wennen. Het schip is volgebouwd met techniek en het lijkt daarbij dat men vergeten is personeel ook een plaatsje te geven. Elke ruimte werd gebruikt om er slaapplaatsen van de maken. Het cafetaria gaf maar weinig mogelijkheid om even privé een briefje te schrijven. Altijd waren er wel maten om je heen. Het gekke is dat in dit kleine cafetaria, al gedeelten inbeslaggenomden werden door matrozen van hetzelfde dientvak. De machinisten zaten rechts acht bij elkaar en dat was een wereldje op zichzelf. Het dekpersoneel onder wie ook de de kanonniers zaten vooaan in het midden. Vaste plaatsen werden ingenomen rondom de TOKO door onze korporaal konstabel en zijn vrienden. Aan de linker zijde zaten veelal maten die graag een kaartje legden

 

De kleine potjes bier waren toen nog van het merk Amstel. Als je daar teveel van dronk had je later zeker hoofdpijn.


Hr.Ms. Gelderland, op 5 december 1969 de haven van Portland (Engeland) binnenvarend.

Wat wij allemaal niet voor die Goed Heilg Man doen. Bij het afmeren stonden wij voor hem erewacht.



Ook een hele belevenis was het tijdelijk fungeren als resqueschip voor het Amerikaanse vliegdekschip USS Kennedy. Op de foto hieronder varen wij naast dit schip. Onze boot had een lengte van 111 meter, dan kun je ook ongeveer uitrekenen hoe lang zo'n vliegdekschip is.





Je voelt je naast zo'n reus varend wel héél erg klein! (De twee onderste foto's kreeg ik van André Geelhoed. (Yellow)

Aan boord van ons schip deed je als dekpersoneel 3 wachten. 1. Uitkijk brug. Er werd dan van je verwacht dat je de schepen die je met de verrekijker waarnam, doorgaf aan de commandant op de brug. D.w.z. Meestal stond je buiten, boven de brug, in weer en wind en de commandant met nog een paar stonden binnen. 2. De andere wacht was uitkijk boei. Je hield in de gaten of er iemand over boord zou vallen. Op de foto hieronder doet marinier Geelhoed dienst als uitkijk boei.
Verder waren er nog de wachten, roerganger en blindeman, die samen het schip op koers hielden. Dit was alleen weggelegd voor matrozen, maar onder kwartiermeester Vlist mocht ik dit later ook doen. In het uurtje dat je vrij was, tijdens de hondewacht 00.00 tot 04.00, was het aardappelschillen (jassen) geblazen. Dus echt veel stilzitten was er niet bij. Wij hadden niets te maken met de wachten van de machinisten en technisch personeel.


Bij elke wacht werd een soort dienstrooster ingevuld. Hier een lijstje met de namen van de zeewacht Div. C. waartoe ik behoorde en hieronder de zeewacht Div. B. waar de marinier Geelhoed (zie foto) deel van uitmaakte.

Verder mijn passagierskaart. Die moest je altijd in leveren wanneer je van boord ging, of de kazerne verliet. Er staat op dat ik meerderjarig ben. Wanneer de linker- en rechter bovenhoek van deze kaart waren afgenipt was je jonger dan 18 jaar. z.g. "superminderjarig". Je moest dan 's avonds voor 22.00 uur, binnen zijn. Eén hoekje afgeknipt, was je minderjarig (tussen de 18- en 21 jaar) en diende je voor 24.00 uur binnen zijn. Geen hoekjes weggeknipt, dan was je meerderjarig en mocht je de hele nacht wegblijven.

Storm in de nacht van 19/op 20 oktober 1970.

Ondanks de opkomst van een zware storm, besloot onze commadant toch uit te varen, onder het mom: "We zijn een oorlogschip, dat moet onder alle omstandigheden uit kunnen varen. Toen we op het Marsdiep voeren en de voor de vluchtende storm tegenkomende vissersboten zagen, begrepen we al dat het wel eens heel extreem zou kunnen worden. Buiten het Marsdiep, naar het noordwesten varend, werd passageverbod, eerst voor het onderste dek gegeven. Kort daarop voor alle dekken, die door de overspoelende golven onbegaanbaar waren, We gingen op weg naar Bergen in Noorwegen, maar moesten over bergen en dalen van water. Een marineboot die, ter hoogte van Noorwegen voer, de Hr. Ms Snellius, een onderzoekvaartuig had het nog veel slechter te verduren. Hier een kort verhaal van een van de opvarenden, van het internet geplukt. 


 

 

Tijdens één van de reizen onder commando van LTZ1 Van Gent kwam Hr. Ms. Snellius in een vliegende storm terecht op het noordelijk deel van de Atlantische oceaan, we spreken over de nacht van 19 of 20 oktober 1970. Aan het begin van de avond werd het schip getroffen door een extreem krachtige golf die niet alleen een grote ravage aanrichtte op het voordek, maar die ook het stuurboordpeilkompas door de stuurhut heen sloeg naar bakboord. De stuurboordsdeur werd zwaar beschadigd en spoelde als schroothout overboord, de bakboordsdeur (toen nog een schuifdeur) stond open en daardoor kon het kompas vrij deze deur door schuiven, de officier van de wacht werd net niet geraakt, waarna het kompas door de reling heen werd gekatapulteerd. Het was echt een wonder dat de verschillende snoeren van het kompas zich klem zetten aan diezelfde reling, met als gevolg dat de schrijver in bureau administratie voor zijn patrijspoort een kompas heen en weer zag slingeren. Hilariteit alom, doch kompas gered! Uiteindelijk moest ook de bakboordstuurhutdeur vervangen worden en, u raadt het al, het bordje ‘stuurhut’ werd hier overbodig en overhandigd aan de commandant. Al die jaren werd het plaatje, netjes gemonteerd op een houten plankje, door hem bewaard als aandenken.

Aan boord van ons schip zag toch iemand kans, onder andere vanaf de brug, een paar fotootjes te maken, die mijns inziens nog niet voldoende weergeven hoe het op de Noordzee bij windkracht 11 toe kan gaan.

 

Na een paar daagjes storm en alleen gekookte eireren te hebben gegeten, zag ik er dan zo uit.

Op weg naar het zonnige zuiden

Deze reis ging in de richting van Gibraltar. Er werd op zee olie geladen (of daarmee geoefend.) Het vlak naast elkaar varen van twee grote schepen, op dezelfde koers, is geen kleinigheid. In het stuurhuis stond dan een zeer bekwaam iemand, de z.g. havenroerganger die het schip ook de haven binnen voer, aan het roer

Hier varen we naast het Engelse marinetankschip Hr. Ms. Black Ranger.

Op deze manier werd de post gebracht.

Uiteindelijk komen we dan aan in de haven van Gibraltar en van daaruit werden oefeningen gehouden.


Op de linker foto v.l.n.r. Ik, matroos Schepers en matroos Ton Tamboer. Op de rechter foto: ik in slechte toestand ( te veel bier? Ik weet het niet meer) en een zorgzame Schepers.

In ons slaapverblijf waar 40 manschappen sliepen, in stapelbedjes 3 boven elkaar en één uitgang, nabij de toko (winkeltje).
Je zou er ook pijn van in je maag krijgen. We hadden oorlogswacht, dat is 6 uur op en 6 uur af. In de 6 uur die je vrij was moest je eten en slapen (en een biertje drinken). De 6 uur op zat ik als vluchter (degene die de lopen van het kanon vertikaal beweegt) in toren twee. Dit is het kanon dat achter op het schip staat. Toen ik net uit bed was gestapt om mijn 6 uren te vervullen, ging de alarmsirene, zonder voorafwaarschuwing, als zijnde een oefening. IK voelde het schip sterk bijdraaien en moest me vasthouden om niet om te vallen. Maar goed ook, want plotseling een hevige dreun en gekraak. Ik sliep nabij het luik en rende daar naar toe. Achter mij kwamen nog een aantal maten, die zo snel mogelijk naar boven wilden. Vanaf de brug kwam het "geruststellende" bericht: "Attentie, hier de brug. We hebben zojuist een kleine aanvaring gehad, maar er is niets aan de hand." Dat de matroos, die in het kabelgat (helemaal voorin het schip) zat, opeens naar buiten kon kijken en een groot schip naast hem zag, moet voor hem een enorme schok geweest zijn.

De aanvaring werd gemaakt door een stuurfout, tijdens het olietanken op zee. Het tanken ging daarna gewoon door. (Deze foto staat helaas in spiegelbeeld). Daarna zijn we weer naar Gibraltar gevaren voor een noodreparatie en daarna zijn we weer naar Den Helder vertrokken.

Om u een indruk te geven hoe de stemming aan boord was, hier een aantal foto's:

 

Op de linker foto mijn maat (We werkten beiden in toren 2) Jimmy Rumaroesson en op de rechter Jimmy en ik, die de door hem, voor zijn vriendin gekochte lingerie, ten toon stellen. Op de achtergrond nog een paar maten. De bedjes zijn nu opgeklapt, zodat je een beetje ruimte in het slaapverblijf hebt.

Op de wal, in Gibraltar geniet ik duidelijk van de februarizon.

Dan is het voor mij bijna zover om afscheid te nemen van de Koninklijke Marine. De periode op de oude jager blijft als goede herinnering bij me.

De laatste weken, voor ik naar de politieschool in Lochem ga, ben ik gedetacheerd op de marinekazerne Willemsoord, in Den Helder. Daar laat ik mij tijdens feestelijkheden natuurlijk weer verleiden om in de ring te stappen om een partijtje blindboksen te doen. Dat ik daarbij de scheidsrechter tref, is mij niet kwalijk te nemen.

Wilt u de hele fotoreportage zien, dan kunt u de link hieronder aanklikken.

 

https://picasaweb.google.nl/gejoalberts/Marine

Hoe vergaat het mijn bootje?

Slecht. Er wordt afscheid genomen en wordt ontdaan van de beide geschutstorens, die weer gebruikt worden en ze licht jaren lang weg te rotten aan de kade, nabij de marinekazerne Amsterdam. In mijn politietijd heb ik een keer gevraagd of ik op het schip mocht rondkijken, maar dat was toen al verboden, omdat dit levensgevaarlijk zou zijn. Ze bracht me door windkracht 11 en 10 jaar later een gevaar om op te lopen..........

Deze foto, van de Gelderland in Amsterdam, kreeg ik van mijn oud collega Gerrit Engelbertink uit Enschede.

Dan komt de dag van de werkelijke sloop.....

De technische specificaties van dit schip:  Bemanning:             247 man
                                                              Waterverplaatsing: 2215 ton
                                                              Bouwjaar:               1954
                                                              Lengte:                   111,30 m.
                                                              Breedte:                   11.32 m.
                                                              Diepgang:                   3,88 m.
                                                              Aandrijving:             turbines
                                                              Vermogen:                 45.000 pk
                                                             
Snelheid:                  32 mijl (51 Km.h.)
                                                              Uitrusting: 4 kanons van 12 cm. en 1 mitrailleur
                                                                               40 mm.
                                                                               Voor aanvallen op onderzeeboten, 2 
                                                                          vierloops-anti-onderzeebootinrichtingen
                                                                                op de bak.
                                                                                Verder 2 dieptebomrekken.
In dezelfde klasse waren nog. de Hr.ms. Holland, Zeeland en Noord Brabant.

 

Hr.Ms. Gelderland adé. Ik zal je nooit vergeten.

Naar aanleiding van deze pagina, heb ik met oude dienstmaten zo af en toe contact. Zie daarvoor de pagina "Contacten Dienstmaten":



Hieronder een link naar een filmpje: "opnamen kort voor de sloop"


https://www.facebook.com/groups/509151239205928/permalink/1226298170824561/#



>>>>>>naar boven>>>>>


                                                                                                  volgende page >>>>>>