Omgaan met emoties…..
Het is een warme zomerdag in een klein plaatsje, in het zuiden van Frankrijk, waar ik voor een kort verblijf, onderdak in een klein hotelletje, in het centrum had gevonden. Ik besluit in de middag een kleine wandeling te maken en loop vanuit het plaatsje, over de brug, naar de andere zijde. Daar is een soort wandelpromenade. Veel mensen denken kennelijk hetzelfde, want het is er druk. Even stop ik op de brug en kijk in het water van het snel stromende riviertje. Veel forellen liggen te wachten op het moment dat een vliegje of ander insect, zich zal vergissen en in het water terecht zal komen. Ik laat een beetje speeksel vallen, dat op het water uiteen spat. Direct komen een aantal forellen in actie, maar hebben al snel in de gaten, dat het niets is.
Langzaam loop ik door tot aan de overkant en kijk dan even terug. Het plaatsje, met zijn oude centrum ligt er schilderachtig bij. Na de brug loop ik rechtsaf over de promenade.
Daar zie ik een jonge vrouw, op een bankje, in de schaduw van een oude boom zitten. Ze is aan het tekenen. Ik besluit even te kijken en ik zie dat ze een potloodtekening maakt van het plaatsje, met op de voorgrond de brug. Ik blijf haar tekenen even gadeslaan. Even kijkt ze op, in mijn richting, maar stoort zich kennelijk niet aan mij en gaat gewoon door met haar bezigheden.
Ik laat mijn gedachten gaan en kom tot de conclusie dat het toch veel eenvoudiger zou zijn om een foto te maken en deze foto thuis uit te werken. Alle perspectieven kloppen dan. Al vaker heb ik gedacht hoe een schilder of tekenaar zo uit de vrije hand, alle perspectieven van zo´n beeld in de juiste verhoudingen kan krijgen.
Ik besluit haar de vraag maar te stellen: “Pardon, maar hoe doet u dat, om de verhoudingen van zo´n tekening juist te krijgen. Meet u dat eerst uit, of doet u dat uit de vrije hand.” Ze kijkt op en lachend zegt ze: “Ik heb een hekel aan “u”, zeg maar gewoon je”. Dan vervolgt ze: “Het beeld dat ik nu teken, heb ik inmiddels zo vaak aangezien, dat ik als het ware een foto die ik in mijn geheugen heb staan, met daarop alle details. Maar toch blijf ik kijken. Jij zult beslist ook even naar het panorama hebben gekeken, maar je kent de details niet. Dat komt niet omdat je gedesinteresseerd zou zijn; anders was je hier niet; maar omdat je zo hebt leren leven. Veel bekijken, maar alles oppervlakkig”. Ik begin het gesprek interessant te vinden en vraag haar of ik op de bank naast haar plaats mag nemen. Als een toestemming zonder woorden, schuift ze haar tekengerij iets terzijde. Nadat ik plaats heb genomen, vervolg ik mijn vraagstelling: “Maar hoe zie jij de dingen dan? Doe je dat anders als de gemiddelde mens? Ze stopt met tekenen, kijkt me aan en zegt dan: “Ja. Ik beschouw alles in de wereld als een puzzel, die je in elkaar moet leggen. Daarom moet ik elk stukje, heel goed bestuderen om er achter te komen waar het thuishoort, zodat ik uiteindelijk, nadat alle stukjes op hun plaats liggen, het eindresultaat kan bewonderen. Zo kijkende zie je de wereld ineens heel anders”.
Ik kijk haar aan en wil antwoorden, maar mijn blik is voldoende om haar verder te laten spreken: “Ik zie aan jou dat je niet begrijpt wat ik precies bedoel. In ieder geval weet je kennelijk niet wat je met die woorden moet beginnen”. Ik beaam dat, daarbij wat onzeker naar haar tekening kijkende. In gedachten besef ik dat zij kennelijk in een andere dimensie leeft en zij de wereld anders ziet dan ik.
Aarzelend begin ik het gesprek weer op te pakken: “Weet je, dat wat je zegt, daar heb ik nog nooit zo over nagedacht. Als dat zo is, dan mis ik veel op deze wereld…” Ze lacht een beetje en zegt dan: “Je moet het niet als een ramp zien. Zo is het leven nu eenmaal geworden. Gejaagd, geen tijd voor een gesprek, geen tijd om de dingen om je heen in alle rust te bekijken. Het maken van zo veel mogelijk foto´s is belangrijk, omdat die, na een vakantie thuis, vluchtig bekeken kunnen worden en dan ergens worden opgeslagen en soms ook weer geheel verdwijnen als een computer is gecrasht en er geen backup is gemaakt. Iets aandachtig bekijken is er ook niet meer bij. Ik hoorde dat jonge mensen gemiddeld maar 7 seconden hun aandacht bij een gepresenteerd filmpje kunnen houden. Het liefst bedienen ze in die tijd ook nog hun smartphone. Ik ken dat alles wel, maar ik ben er uit gestapt en leef alleen nog van emoties, die ontstaan bij het gebruiken van mijn zintuigen en laat die emoties dan ook op mij inwerken.
Ik besluit van die jonge vrouw meer te leren en vraag haar: “Emoties? Waar krijg je dan emoties van?” Geduldig zit ze nu rechtop, slaat haar benen onder haar wijde jurk, die haar lichaam bedekt, over elkaar en antwoordt: “De wereld is voor mij één en al emotie. Ik zou niet kunnen tekenen als ik dat gevoel niet zou hebben”. Nog steeds niet begrijpende wat zij met emoties bedoelt, begin ik zelf te filosoferen en zeg: “Emoties ontstaan bij extreem, vreugdevolle belevenissen, en bij heel verdrietige…” Ze kijkt me aan, met haar donkere ogen. Even wacht ze met spreken, alsof ze twijfelt om de woorden uit te spreken, waarna ze vervolgt: “Dat jij dáárvan emotioneel wordt en verder niet, komt omdat bij jou alleen de toppen van de ijsberg emoties opwerpen. Alles wat onder de waterspiegel is, daar kun je niets mee!”
Ze draait zich een beetje naar me toe en vraagt: “Als je me bekijkt, wat doet dat met jou?”
Ik wordt verlegen en begin volgens mij een beetje te kleuren. Wat moet ik met zo´n vraag. Wat moet ik zeggen? Toch waag ik het: “Je bent een mooie vrouw, met prachtig haar, mooie ogen…” Ik laat mijn blik verder over haar gaan, terwijl ze mijn blik blijft volgen.
Even zucht ze en vraagt vervolgens: “En, behalve wat je zojuist hebt gezegd, wat denk je als je me zo bekijkt?” Ik voel dat ik me eigenlijk enorm ongemakkelijk begin te voelen en weet niet wat ik moet zeggen. Ze vervolgt: “Je kunt het niet of durft het niet om je gedachten uit te spreken. Je kunt je emoties niet uiten!” Ik raak een beetje geprikkeld en flap het er uit: “Je bent een prachtige vrouw, met alles er op en er aan. In één woord een stuk!”.
Ze begint te glimlachen en zegt: “Ik ben Ana”. Ik ontspan me weer een beetje en antwoord: “Jacque”, steek daarbij m´n hand uit, welke beweging door haar wordt beantwoord, met de woorden “Aangenaam”. Ze vervolgt: “Wat je zojuist over mij gezegd hebt, zijn voor een vrouw vlijende woorden, maar zijn ook woorden van een man, die achter deze gesproken woorden, emoties verbergt”. Ik begin weer een onzeker gevoel te krijgen. Spreken met deze vrouw is als spreken met iemand van een andere planeet. Ze vervolgt: “Dat je me niet begrijpt, komt uitsluitend omdat jij, als man, mij niet begrijpt. Jij kijkt anders naar me dan dat ik in werkelijkheid ben. Jou blik en woorden stralen een mannelijk verlangen uit en daardoor zijn je zintuigen maar weinig in werking. Heel doelgericht. Jij doet dat verborgen en toont dat niet zo. Maar er zijn ook mannen die van een afstand reeds roepen, zoals een hert in de bronstijd dat doet.” Ik antwoord haar dat ik niet zo´n vrouwenjager ben. Ik wil dat wel, maar ben er volgens mij niet geschikt voor.
“Bekijk me eens goed, net alsof je een mooie tekening van mij wilt maken. Waar let je dan op?” Ik kijk haar aan en aarzelend begin mijn waarnemingen onder woorden te brengen:
“Je zwarte haren, die krullend tot over je schouders hangen, zijn een sieraad en versterken, de kleur van je glanzende ogen. Je gezicht is als dat van een engel hier op aarde, met een mond, waaruit alleen muziek komt. Je lange dunne gewaad, tot aan je voeten, verbergt de rest. Dit lichte roze rode kleed, hangt eerbiedig om je lijf, alsof het je wil strelen. Het kleed werpt vragen op, maar dat laat ik in het midden. Het hoort bij jou, zoals je zwarte haren en donkere ogen bij je horen…….” Ik kan merken dat deze, door mij uitgesproken woorden, positief zijn aangekomen. Ze antwoordt: “Jij kunt emoties onder woorden brengen. Het lukt nog niet helemaal, maar ik ben ervan overtuigd, dat als je wilt, je heel ver kunt komen, vooropgesteld dat je de vluchtige en oppervlakkige zaken in deze wereld loslaat”. “Je bedoelt dat ik mijn digitale camera, m´n telefoon, thuis m´n computer en de TV de deur uit moet doen?” is mijn opmerking. Ze kijkt me aan, schudt zachtjes haar hoofd, daarbij zeggende: “Nee. We leven in deze tijd. Maar gebruik al deze media bewust. Niet altijd de telefoon mee. Thuis niet altijd de TV aan, niet altijd de computer aan om de laatste mededelingen op Facebook aan te zien. Dat is oppervlakkig leven. Gejaagd door de wind, nergens stil bij staan. Dat wat vandaag nieuw is, is morgen alweer oud……
Heb je tijd? Dan kan ik je laten zien hoe mijn dagelijks leven is als ik thuis ben.” Ik ben nieuwsgierig en besluit met haar mee te gaan. Ze pakt haar tekengerij bijeen en loopt met sierlijke bewegingen, richting de brug. Nu ze zo loopt, komt ze nog veel vrouwelijker op mij over. Ze danst als het ware over de brug. Alsof haar voeten de grond niet aanraken. In het centrum aangekomen, opent zij een oude deur, waarachter een steile trap naar boven gaat. We komen in een klein, maar uiterst gezellig appartementje, met een enorm terras, waar de zon heer en meester is. Ze schuift de toegangsdeur van het terras open en zegt dan: “Kijk, dit is mijn paradijs. Hier leef ik. Alleen de hemel, zon en wind zijn mijn vrienden”. Ik vraag me toch af waar ze dan haar emoties vandaan haalt, die ze nodig heeft om te leven. Ze hoeft niet lang na te denken, gaat op een groot aantal kussens liggen, die overal op het terras aanwezig zijn. Ze sluit haar ogen en zegt dan: “Zo, nu kan ik afschakelen en mij overgeven aan de natuur. Ik ben nu een deel van de zon, de hemel en de wind. Als ik er niet ben, ontbreekt er iets en als de zon, de hemel en de wind ontbreken, zou ik me eenzaam voelen. Ook al zijn de zon en de wind er niet altijd. Ik weet, hoe ver ze ook bij mij vandaan zijn, ze altijd weer terug zullen komen”. Tijdens deze woorden merk ik hoe diep ontspannen zij is. Haar lijf wordt gevormd door de vorm van de kussens. Niets beweegt aan haar. Slechts een licht adem halen kan ik waarnemen onder haar kleed. Haar kleed dat nu vlak over haar lijf ligt, verraad dat Ana inderdaad een heel mooie vrouw is. Een bijzondere vrouw, die mijn gedachten op de kop stelt en mij af laat vragen of ik het de laatste jaren wel goed heb gedaan. Daarna opent ze haar mooie ogen en vraagt aan mij of ik al wat emoties voel. Weer zo´n vraag die voor mij moeilijk te beantwoorden is. Ik heb haar zojuist bestudeert en nu valt het mij op dat ik in die korte momenten even alle zorgen en problemen naar de achtergrond had gedrukt. Even was ik alleen bij die liggende vrouw in haar rood/roze kleed.
Dan vraagt Ana: “Kun jij aan mijn lichaam zien wat mijn emotionele gevoelens op dat moment zijn, als ik die emoties, zonder woorden te gebruiken, uitbeeld?” Ik antwoord haar dat ik mijn best zal doen. Ze slaat haar armen om haar schouders. Haar hoofd geheel voorover gebogen. “Je hebt het koud!” zeg ik. Een glimlach van haar bevestigd mijn antwoord. Ze stopt vervolgens haar handen tussen haar benen, gaat op haar zijde liggen en kromt haar lichaam. Haar hoofd geheel naar beneden gedrukt. “Je hebt pijn!” is mijn antwoord. Ze knikt en gaat weer op haar rug liggen. Ze slaat beide armen weer om haar schouders, maar nu doet ze haar hoofd zover mogelijk naar achteren. Haar prachtige hals komt in deze stand tot uitdrukking. “Je hebt verlangens naar iemand!” Weer een glimlach als bevestiging. Vervolgens houdt ze haar handen, met de palmen naar buiten gekeerd, voor haar gezicht en trekt haar linker been op. “Je bent bang!” Geen ontkenning is aan haar te merken en gaat door. Daarbij spreidt ze haar armen en tevens haar benen en laat haar hoofd naar rechts hangen. Ze ziet er ontspannen uit dus ik reageer met: “Je geniet van de zon!” Daarna strekt ze haar armen alsof ze iemand wil ontvangen en spreidt licht haar benen. “Je bent genegen iemand tot je toe te laten!” Een glimlach komt om haar mond, maar haar ogen blijven gesloten. Ze doet haar armen weer om haar schouders en trekt daarbij haar benen zover mogelijk omhoog en haar hoofd gaat weer zover mogelijk naar achteren. Deze aanblik is erotisch en roept bij mij emoties op. Ik durf het in eerste instantie eigenlijk niet uit te spreken, maar het is we duidelijk wat ze uit wil beelden. “Je wilt genomen worden!”. Ze opent haar ogen springt op en zegt: “Je had alles goed. Zie je wel hoe emoties werken? Het is een kwestie van leren. In alles om je heen is emotie.
Ik antwoord haar dat het toch in bepaalde omstandigheden moeilijk kan zijn om je emoties te uiten, omdat ik er niet zeker van ben of de omgeving dit wel op prijs zal stellen.
Ze antwoord: “Wat ik zojuist heb uitgebeeld, zijn dagelijkse dingen uit het leven, die iedereen kent of mee heeft gemaakt. Als mensen daar boos over worden, dan zijn dat mensen, die niet met hun emoties om kunnen gaan. Maar elk mens kan leren om met emoties te leven. Sta er open voor en laat alles op je inwerken. Kijk na de wereld, zoals ik dat doe tijdens het maken van een tekening, dan zul je meer zien en meer genieten van de dingen om je heen en je zult vanzelf ook meer toleranter worden tegenover anderen!”
Na deze woorden lijkt het wel alsof ik deze vrouw ineens kan begrijpen, met alles wat ze doet en me te vertellen had. Zij bedoelt dat ik zelf op onderzoek uit moet gaan en mijn best moet doen om alles om mij heen met andere ogen te gaan bezien. Alsof ik voor het eerst op deze aarde ben. Voor een prachtige bloem gaan zitten en elk detail in me opnemen en wel zo sterk dat ik haar, als het donker is geworden, zonder haar te zien, na kan tekenen. De emotie over de schoonheid van deze bloem, zal in mijn herinnering ervoor zorgen dat ik haar na kan tekenen en misschien nog wel mooier dan dat ze in werkelijkheid is.
Was deze, in lang gewaad geklede vrouw, gewapend met een tekenboek en een paar potloden een engel? Ik weet het niet, maar ik ben blij dat ik haar heb ontmoet. Door haar zijn mijn oude herinneringen ineens veel meer waard en kan ik vreugdevol terugzien, terwijl ik in het heden bij alles wat ik zie, de schoonheid probeer te ontdekken.
Ik weet nu dat alles in het leven waarde heeft. Het woord waardeloos, staat slechts nog zeer dun in mijn woordenboekje afgedrukt.
Ik wilde de tekening, die ze gemaakt had, kopen, maar geld wilde ze er niet voor. We namen afscheid van elkaar. Toen ik in m´n eentje op weg naar mijn hotel was, voelde ik me licht in mijn hoofd en ledematen. Ik dacht net zo zwevend te lopen als Ana dat voorheen op de brug had gedaan. Alsof er een last van mij was gevallen en besefte ineens dat ik in de toekomst meer emoties zou moeten gaan tonen om een gelukkig mens te zijn.
Zoals Ramses Shaffy, het gezongen heeft: “ Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder!”
Ineens beginnen deze woorden, die voordien voor mij nietszeggend waren, te leven….
De volgende morgen wordt ik, na een diepe slaap wakker. Heb zelfs wat hoofdpijn. Ik kijk op de klok. Tien uur! Dan heb ik tien uur achtereen geslapen. Dat is mij in jaren niet gebeurd. Ik sta op en loop ietwat slaapdronken naar het schrijftafeltje. Daarop ligt een tekenpapier. Ik draai het om, omdat er op de bovenste zijde geen tekening staat. Maar ook op de andere zijde staat niets………De tekening is niet meer aanwezig.
Snel ga ik ontbijten en ga de deur uit om Ana te bezoeken. Ik heb nog meer vragen. Maar helaas. Ik kan het adres niet meer vinden. Dan loop ik over de brug naar het bankje onder de grote boom. Daar is niemand aanwezig. In gedachten laat ik mij op het bankje zakken en staar zo een tijdje voor mij uit om over alles na te denken. Ik kijk even naar links, daar waar Ana gezeten had……….Dan zie ik een papier onder de bank liggen. Ik pak het op en lees daar de volgende tekst:
“Zoek niet naar mij, want ik ben overgegaan in jou emotie. Leef mij voort in het geen ik je heb geleerd……Anna”